free web hit counter

Reisverslag Nijlcruise Egypte

door Ed Sander

Tips:

Voorwoord: Egypte en de Nijlcruise

Eind 2007 wisselde ik van baan en had daardoor ruim 2,5 week vrij omdat ik mijn vrije dagen moest opnemen. Zonde om daar niets mee te doen en thuis te blijven zitten. Bovendien had ik nog wel zin in een korte vakantie. Judith had ook nog wat vrije dagen zodat we ongeveer een weekje weg zouden kunnen. Na even zoeken werden we door een vriend gewezen op een interessante aanbieding voor een Nijlcruise in Egypte. In eerste instantie leek me dit helemaal niets. Ik had een beeld van een boot vol bejaarden bij een Nijlcruise. Toen ik echter het programma bekeek was ik erg onder de indruk. Misschien was dit wel een weekje tussen bejaarden waard ...

Egypte kent een aantal perioden in haar geschiedenis, die 5000 jaar teruggaat tot het begin van het tijdperk der Farao's. Het tijdperk dat wordt beschreven als Oud Egypte loopt van ongeveer 3000 VC tot 640 NC. Die periode is grofweg onder te verdelen in de volgende perioden:

Na deze periode volgde bezettingen door o.a. Arabieren, Turken en Britten tot het in 1952 onafhankelijk werd. Het Oude Rijk staat met name bekend om de Pyramides van Giza (bij Cairo), maar de meeste schatten uit de oudheid behoren tot de periode van het Nieuwe Rijk en de Griekse periode. De indrukwekkende tempels en graftombes van de Farao's die in deze periode gebouwd werden bevinden zich in de Nijlvallei die ten zuid van Cairo begint en doorloopt tot aan de grens met Sudan. De grootste concentratie van bezienswaardigheden is te vinden tussen Luxor en Aswan. En het is hier dat Thomas Cook in 1869 de eerste Nijlcruise organiseerde. Nijlcruises werden big business en zijn dat gebleven; tegenwoordig varen er zo'n 250 - 300 cruiseschepen tussen Luxor en Aswan op en neer; grote drijvende hotels waarin de gasten van alle gemakken worden voorzien.

Een combinatie van relaxen op een cruiseschip en onderweg een grote dosis cultuurhistorie bekijken klonk ons wel goed in de oren. Anderhalve week voor vertrek boekten we dus een cruise en terwijl Nederland zich opmaakte voor koud winterweer vertrokken we naar Egypte, waar het overdag 25 graden was en het 's avonds afkoelde tot een graad of 7.

14 December 2007 - Amsterdam - Luxor (Luxor Tempel)

Om half zes ging de wekker. Vroeg, maar we hadden nog vroeger op moeten staan als we geen overnachting hadden genomen in een hotel vlakbij Schiphol. Nu hoefden we ons ook geen zorgen te maken over vertragingen door files en konden ook vrij voordelig de auto een week laten staan bij het hotel. Om zes uur namen we de pendelbus naar Schiphol en niet veel later waren we ingecheckt. Nog voldoende tijd om te eten en te bekomen van de schrik van de rekening voor het ontbijt. Schiphol blijft een wereld op zich, met een heel eigen inflatieratio. Na nog wat rondhangen en het kopen van wat leesvoer was het tijd voor boarding.
We vlogen met Transavia, wat in principe een goede combinatie is van niet al te dure vluchten en betaalbare consumpties aan boord. Na een kort oponthoudt bij taxi�n stegen we rond half 10 op.

Zo'n 4 uur en drie kwartier later kwamen we aan in Luxor, waar het 1 uur later was dan in Nederland. Het was prachtig om vanuit de lucht de Nijl met de aangrenzende begroei�ng als een lange groene ader door de oneindigheid van zand en rotspartijen te zien slingeren. Op de luchthaven werden we opgewacht door onze gids Albert (ja, dat was de echte naam van deze kleine, sympathieke Egyptenaar). Na enige verwarring bij de bussen en wat geruzie van de Egyptenaren onderling gingen we op weg, door Luxor heen naar de boot die aangemeerd lag aan de Nijl. Het leek er even op alsof we in een M�venpick cruiseschip zouden verblijven maar we liepen recht de receptie van dat schip door naar de Nile Carnival die erachter aangemeerd lag.

Nadat Albert enige tekst en uitleg had gegeven en er enige administratieve zaken waren geregeld kregen we onze sleutel en konden we de kamer gaan 'inruimen'. De kamer bleek inderdaad wel wat aan de krappe kant en hier en daar aan wat onderhoud toe. Gelukkig was het niet de bedoeling dat we hier al te veel tijd zouden doorbrengen en zag de rest van het schip er in principe prima uit.

Om kwart over zes, toen het buiten inmiddels donker was, vetrok de achtienkoppige reisgroep vanaf de boot naar de Luxor Tempel. De stad Luxor heeft diverse namen gekend, Farao Ramses II noemde het Waset, de Grieken noemden het Thebes en de Arabieren Al-Uqsor, 'De Paleizen'. Vandaar de naam Luxor. De Luxor Tempel was een van die 'paleizen'. Luxor was tijdens het tijdperk van de Farao's de hoofdstad van Opper-Egypte (het zuiden van Egypte). De oude dodenstad aan de westoever wordt nog steeds Thebes genoemd. Maar daarover later meer.

Amun Het hoogstandje in architectuur dat de Luxor Tempel is werd (grotendeels) rond 1500 VC gebouwd door Farao Amenhotep III. Zoals bij veel Egyptische tempels werd ook deze opgedragen aan een drie�enheid van goden: Amun (koning der goden), zijn vrouw Mut (moedergodin) en hun zoon de maangod Khons. Door de eeuwen heen werd de tempel verder uitgebreid door Tutankhamun, Ramses II, Alexander de Grote en de Romeinen, die een fort om de tempel bouwden. De tempel heeft zelfs dienst gedaan als christelijke kerk en bevat tegenwoordig nog steeds de oudste moskee van Egypte die oorspronkelijk door de Arabieren gebouw werd.

De tempel was bij de nachtverlichting een prachtig shouwspel. We begonnen de rondleiding met uitstekende uitleg door Albert op de Avenue der Sfinxen die oorspronkelijk 3 km lang doorliep tot aan de Karnak tempel, maar nu slechts enkele honderden meters lang was. De weg werd geflankeerd door vele sfinxen, welke symbool staan voor de koning, met zijn wijsheid van de mens en kracht van de leeuw. Voor de tempel stonden twee grote beelden van de zittende Ramses II met afbeeldingen van zijn veldslagen op het voetstuk, evenals ��n van de twee oorpronkelijke obeliksen met prachtige hierogliefen. De andere obelisk werd door de Ottomaanse Mohammed Ali geschonken aan Frankrijk en staat in Parijs.

Achter deze beelden rijst de 24 meter hoge tempelpoort op. Voorbij die muur volgen verschillende binnenplaatsen, de eerste en grootste was bedoeld voor 'het publiek' terwijl de achterliggenden enkel betreden mochten worden door hogepriesters en Faraos. Er volgen een aantal gangen met pilaren aan beide zijden, waarvan de toppen lotus- en papyrusbloemen voorstellen, evenals reli�fs op muren (waaronder een door Alexander de Grote geschonken ruimte waarin te zien is hoe hij een offer brengt aan de Egyptische goden en hen daarmee respecteerde en erkende). Uiteindelijk dring je na 250 meter door tot het heiligdom van Amenhotep III door, welke een stuk minder indrukwekkend is doordat het door de aanliggende straat het minst rustig is en het slechtst bewaard gebleven is. Albert gaf ons nog ruim een half uur om foto's te maken van deze prachtige tempel, waar iedereen dankbaar gebruik van maakte.

Poort van de Luxor Tempel Grote binnenplaats van Ramses II
Hierogliefen in de Luxor Tempel Hierogliefen in de Luxor Tempel

Terug op de boot kregen we een eenvoudige maaltijd en konden kennismaken met het gavari�erde resigezelschap. Niks bejaarden; de jongste reisgenoot was 19 jaar en de oudste rond de 60. Na het eten was er in de lounge nog een optreden van een buikdanseres, die eigenlijk meer een pensdanseres was. Ze ook niet eens mooi dansen; veel buik, weinig danseres dus. Wel probeerde ze het publiek op te zwepen door haar (dikke) kont en borsten voor een aantal mannen heen en weer te schudden. De gemiddelde Farao had haar al lang voor de krokodillen gegooid. Dit beschamende shouwspel was geen reden om lang in de lounge te blijven hangen en aangezien we moe waren besloten we naar onze kamer te gaan.

15 December 2007 - Nijlcruise - Luxor (Westoever & Karnak Tempel)

Wat een enorm volgepakte maar tevens adembenemende dag. Na een stevig ontbijt stapte Habibi (lieveling), zoals Albert onze groep had gedoopt, in een motorboot voor de oversteek naar de westoever van Luxor. De bus stond daar al op ons te wachten en reed ons in enkele minuten naar de Kolossen van Memnon; twee 18 meter hoge zittende beelden van zandsteen. De twee beelden stellen Farao Amenhotep III voor die de toegang tot zijn dodentempel bewaakt. De tempel zelf, die enorm geweest moet zijn (te oordelen aan de weinige overblijfselen die gevonden zijn), moet enorm geweest zijn; nog groter dan de Luxor tempel. Door de vele overstromingen van de Nijl was er echter weinig van overgebleven. De twee beelden hebben hun naam te danken aan de Grieken. Zij geloofden dat het zingende geluid dat ��n van de beelden in de brandende zon maakte dat het beelden waren van Memnon. Memnon was een legendarische koning van Ethiopi� en zoon van de godin van de zonsopkomst. Hij was in de Trojaanse oorlog gedood door Achilles en de Grieken dachten dat het zingend geluid van het beeld de wenende moeder van Memnon was.

Cruiseschip Nile Carnival Kolossen van Memnon

Langs het Ramesseum, een van de vele bouwsels van Ramses II, reden we naar Deir al-Bahri (Klooster van het Noorden), een naam die de christenen aan dit gebied hadden gegeven toen ze het daar gelegen schitterende bouwsel in gebruik namen als klooster. Het gebouw was echter van oorsprong de dodentempel van Hatshepsut ('hut-cheap-suit' of zoals Albert zei 'hot-chicken-soup'). Hatshepsut was een vrouwelijke Farao die ma de dood van haar vader regeerde omdat haar halfbroer het kind was van haar vader en een hofdame en dus niet in aanmerking kwam voor de troon. Het spel van politieke intrige en inteelt wat hieraan vooraf ging en op volgde werd door Albert op leuke manier uitgebeeld door leden van de groep op te stellen in een stamboom. Na zijn uitleg konden we de tempel zelf bekijken.

Albert en de familie van Hatshepsut Dodentempel van Hatshepsut
Dodentempel van Hatshepsut Dodentempel van Hatshepsut

Dodentempels werden door Farao's nog tijdens hun leven gebouwd en werden uiteindelijk gebruikt als plaats voor verering. Hun daadwerkelijke begraafplaats was elders (later meer hierover). Hatshepsut's tempel gaat vrijwel naadloos over van stenen blokken in de achtergelegen rotswand en rijst in drie terassen op. Erg indrukwekkend om van een afstand te zien omdat het uit de rotsen lijkt te komen. De tempel werd aan het eind van de 19e eeuw opgegraven en er wordt nog steeds aan gerestaureerd (o.a. in het heiligdom van Amun, helemaal achterin het derde terras). De tempel is jammergenog flink beschadigd door de opvolgers van de vrouwelijke Farao en de Christenen die het als klooster gebruikten. In de twee kappeletjes voor Anubis (de jakhalsgod van mummificering) en Hathor (de godin van liefde die wordt afgebeeld met een zonnendisk tussen hoorns op haar hoofd) moest je daarom soms moeite doen om nog iets te herkennen. Opmerkelijk genoeg wordt Hatshepsut in de tempel vaak als man afgebeeld, inclusief de typische valse staafachtige faraobaard.

Na dit indrukwekkende bouwsel was het schijnbaar tijd voor 'tourist trap 1'. In een zogenaamde 'albastfabriek' (waar drie mannen aan het 'werk' waren) werd uitgelegd hoe men van alabast potten en beelden maakt. Op zich interessant, maar toen we werden meegenomen naar een enorme souvenierswinkel en daar nog eens ruim een half uur moesten rondhangen ging de lol er snel af. In eerste instantie wilde ik nog een klein vaasje kopen, dat prachtig oplicht als er een kaars in geplaatst wordt, maar toen de eerste vraagprijs 25 euro bleek te zijn had ik al helemaal geen zin meer. Dit is een ander soort onderhandelen dan in Azi�, waar je meestal op 50-75 procent van de vraagprijs uitkomt. Hier wordt meteen een enorm hoge beginprijs gesteld, wat bij mij in ieder geval de afdinglust volledig ontneemt (NB: later zou ik hetzelfde vaasje in Luxor bij de Fair Trade shop zien staan voor 2 euro !).

De manier waarop de Farao's begraven werden veranderde door de eeuwen heen. De oorspronkelijke manier van het begraven in de woestijn werd later vervangen door trapsgewijze pyramiden en afgevlakte pyramiden zoals die van Cheops in Giza. Uiteindelijk bleek deze methodiek iets te opvallend, wat resulteerde in plunderingen door grafrovers. De Farao's van het Nieuwe Koninkrijk stapten daarom over op graftomben die uit de rotswand gehouwen waren. Als plek werd de westoever van Luxor (Thebes) gekozen omdat de zon daar ook elke dag onderging. Net als Ra zou de dode Farao dus daar zijn reis door de onderwereld beginnen. Muurschilderingen uit het Boek van de Dood in de gangen van de tomben beelden uit hoe de god Ra in zijn boot de twaalf fasen van de onderwereld en de monsters en goden die daar woonden elke nacht kon overwinnen en moesten de Farao helpen bij zijn reis naar het hiernamaals.

Anubis Hathor Ra Nut

In de Vallei der Koningen, waar onze tocht zich vervolgde, zijn tot nu toe 63 graven gevonden. Naast de reden dat de zon onderging op de westoever werd deze plek ook als begraafplaats voor de Farao's gekozen vanwege de pyramidevormige punt van de Al-Qurn berg achter de vallei. Daarnaast lag de vallei ge�soleerd en was daardoor makkelijk te bewaken. Vlakbij de vallei werd een heel dorp opgericht voor de werkers en bewakers.
Van de graftomben zijn normaal zo'n 15 stuks te bezichtigen zijn voor het publiek; de rest wordt gerestaureerd. De meest recent ontdekte graftombe, die van Tutanhkamon, is de bekendste omdat het veelvuldig in het nieuws is geweest en niet leeggeroofd was doordat het verscholen lag onder de tombe van een andere Farao. Onze ticket gaf recht op het bezoeken van drie graftomben, maar Albert raadde ons af om Tutankhamun's graf te bezoeken. 'Tut' had slechts kort als Farao geregeerd en was op 19 jarige leeftijd overleden. Zijn graf was dus weinig indrukwekkend. Op aanraden van Albert bezochten we de tomben van Tuthmosis III, Ramses III en Ramses IV. Alle drie waren bijzonder op hun eigen manier.

Het graf van Tuthmosis III lag verborgen in een kloof en daalde diep af in de bergwand naar een voorkamer waar 700 goden en half-goden op de muur geschilderd waren. De kamer met de graftombe zelf was ovaalvormig als de cartouches waarin de beeltenissen van de Farao's afgebeeld worden.
Het graf van Ramses III is een van de langste in de vallei en loopt in 125 meter vol practige muurschilderingen tot de kamer van de tombe (die wegens instortingsgevaar niet bezocht kon worden). Bij de aanleg van deze gang was de tombe van een andere Farao doorboord, waarna men de koers van de gang moest aanpassen. Ook is hier een afbeelding te vinden van een harpspeler; het bewijs dat Egyptenaren muziek maakten.
De tombe van Ramses IV was bij zijn vroege dood nog niet klaar en moest haastig afgemaakt worden. Toch is hij bijzonder dankzij zijn enorme sarcofaag en de plafondschildering van de luchtgodin Nut. Nut vormt een boog met haar lichaam en slikt elke nacht de zon in om haar de volgende ochtend aan de andere zijde van haar lichaam weer te baren. (In de graftomben mogen geen foto's gemaakt worden. Klikt op de links voor foto's.)

Vallei der Koningen Vallei der Koningen

Later dan gepland werden we teruggebracht naar de boot, waar we een uurtje op ons gemak konden lunchen. Warm eten, wat zo rond half 3 erg welkom was na de inspannende activiteiten die we sinds het ontbijt ondernomen hadden. Om half 4 vertrokken we naar het grootste complex van Luxor en omgeving: Karnak.

Karnak doet wel een beetje denken aan Ankor Thom in Cambodia en de Keizerlijke Stad van Hue in Vietnam. Het is een enorm terrein van 1,5 km bij 800 meter met heiligdommen, binnenplaatsen, zuilengallerijen, obelisken etc. Het oppervlak is groot genoeg voor 10 kathedralen en wordt gedomineerd door de enorme Amun Tempel. De tempel is niet door ��n Farao gebouwd maar werd vanuit een centraal heiligdom uit het Middelste Koningkrijk (2040 - 1550 VC) steeds verder uitgebouwd door de opvolgende Farao's van het Nieuwe Koninkrijk (1550 - 332 VC). Des te verder je doordringt in de tempel, des te verder ga je terug in de tijd. Tijdens de hoogdagen van Thebes was dit de belangrijkste tempel van Egypte. Net als in de Luxor tempel werden Amun, Mut en Khons hier vereerd. Vanuit de Amun tempel liep een weg geflankeerd door sfinxen met ramkoppen (symbool voor Amun) naar de tempel van Mut en de eerder genoemde (grotendeels bedolven) weg van sfinxen naar de Luxor tempel, 3 km verderop.

De Amun tempel bestaat uit totaal tien ommuringen met elk hun eigen poort (pylonen), zes op een oost-west (hoofd)as en nog eens vier op een aftakkende noord-zuid as. Via een enorme eerste pyloon kwamen we op een grote open binnenplaats met kapelletjes voor de drie goden en pilaren met papyrusknoppen. Het meest indrukwekkende deel van de tempel - en een van de meest adembenemende dingen die ik ooit heb gezien - lag achter de tweede muur: de Grote Zuilenhal (Hypostyle) die ooit behoorde tot de wereldwonderen. Hier staan 134 zuilen van 24-meter hoog die een bos van pilaren cre�ren waarin je je enorm nietig voelt. Elke pilaar en de omliggende muren toonden prachtige muurreli�fs waaronder het tafereel van de god van vruchtbaarheid, een man met ;��n arm en ��n been en een flinke penis die volgens de legende niet mee kon naar de oorlog en als enige achterbleef bij de vrouwen. Bij terugkeer bleken vele vrouwen zwanger of moeder geworden te zijn ...

Karnak: Eerste Pyloon Karnak: Grote Zuilenhal Karnak: Obelisk van Hatshepsut

Andere interessante delen van de Amun tempel - maar geen enkele zo indrukwekkend als de zuilenhal - waren een heilig meer, het door Alexander de Grote vervangen oude heiligdom met het altaar en de hoogste obelisk uit Egypte: de 29 meter hoge obelisk van Hatshepsut die Tuthmosis III had proberen te verbergen achter een 25 meter hoge muur van zandsteen om alle tekenen van Hatshepsut's heerschappij uit te wissen. Omdat de obelisk gewijd was aan Amun kon hij deze immers niet vernietigen.

Na het bezoek aan Karnak, waar ik wel wat langer had willen blijven maar waar de avond inmiddels over gevallen was, bezochten we 'tourist trap 2'. Het papyrusmuseum waar Albert over verteld had bleek net als de albastfabriek een souvenirshop te zijn. Demonstratief ging het grootste deel van de groep na enkele minuten rondneuzen buiten op straat staan.

Voor we teruggingen naar de boot had Albert nog een extra excursie geregeld: een stadtour door Luxor per paardenkoets. Ik werd meteen door de koetsier uitgenodigd om op de bok te komen zitten en het paard, Suzanne, te sturen terwijl Judith achterin haar ogen uitkeek. We doorkruisten in een caravaan van 9 koetsen de stad, langs Karnak, een deel van de sfinxenweg, de Luxor tempel en verschillende lokale markten waar de koetsen net doorheen konden rijden. Erg leuk en kleurrijk.
Na een uur rijden stopten we voor een drankje en een sheesha (waterpijp) bij een coffeeshop. De straffe 'turkse koffie' smaakte goed in de killer wordende avondtemperatuur, maar de waterpijp was helemaal geweldig. Ik had een paar weken eerder al van de waterpijpen gerookt die BJ en Derk hadden meegenomen uit Jordani� en het beviel me prima. Heel anders dan bij normaal roken lurk je relaxt aan de borrelende pijp en ademt daarmee de lichte en gekoelde tabaksrook met fruitsmaak in en uit. Erg verslavend op een onschuldige manier. Vele groepsleden moesten er even aan wennen maar zelfs enkele fanatieke anti-rokers waren naar een paar heisjes helemaal om.

Sheesha ! Paardenkoets

Met Judith den de koetsier voorop de bok reden we terug naar onze boot. Het was een actieve en vermoeiende dag en na het dinner en een afzakkertje in de bar doken we 'moe maar voldaan' onze bedjes in.

16 December 2007 - Nijlcruise - Luxor - Esna

Hoewel we niet om een wake-up call gevraagd hadden ging om 8 uur de telefoon. Niet zo'n ramp want enkele minuten later werden de motoren van de boot gestart voor het vertrek zuidwaarts. We waren nu daadwerkelijk onderweg naar het 240 km verder stroomopwaarts gelegen Aswan.

Na het ontbijt om negen uur gingen we naar het zonnedek om lekker te genieten van de warme zon en het lichte briesje. Perfect weer ! Boekje erbij, MP3-speler erbij en genieten van de zandbanken, rotsen en palmen die aan je voorbij trekken. Het was bijna een straf toen we om 1 uur weer moesten gaan lunchen.

Zonnedek van de Nile Carnival Oever van de Nijl

Om twee uur kwamen we aan bij de sluizen van Esna. Ik zat op het bovendek mijn reisverslag te typen en hoorde ineens van over de rand 'hello, hello !'. Tien tot vijftien meter lager zaten twee mannen in een bootje die galabia's, de typische jurkachtige gewaden voor mannen, probeerden te verkopen. Als je te lang bleef kijken gooiden ze die dingen gewoon op het bovendek. Het duurde niet lang of tientallen bootjes lagen langs het cruiseschip en elke nietsvermoedende toerist die over de reling durfde te kijken kreeg meteen een partij in plastic gewikkelde handdoeken, sjaaltjes en gewaden om z'n oren.

We waren duidelijk niet het enige schip dat door de sluizen moest. Meerdere schepen lagen te wachten en telkens als een nieuw schip aan kwam varen werd het belaagd door de bootjes van de handelaren. Om half vijf begon de zon onder te gaan en met de kilte kwam tevens tea time aan boord. Met fleece trui en gewikkeld in handdoeken namen we een kopje koffie met een plakje cake.

Verkopers bij de sluizen van Esna Sluizen van Esna

Iets meer dan een uur later, bijna 4 uur nadat de boot was aangemeerd in Esna, kwam hij weer in beweging. Snel gingen we naar het bovendek om te zien hoe de boot de sluis van Esna invoer. Nadat de sluis zich sloot werd er water ingepompt tot we zo'n 10-15 meter hoger lagen en de tocht op het hogere deel van de Nijl konden vervolgen.
Na een drankje en een praatje met wat reisgenoten was het weer etenstijd, ditmaal bij 'romantisch licht'. De vraag was later of dit bedoeld was om het kwaliteit van het eten te camoufleren. Een mogelijke oorzaak van mindere kwaliteit van het eten was de dubbelrol van de crew. In de 'Nubian Show' die na het eten in de bar plaatsvond bleken de kok en een aantal andere bekende gezichten mee te doen! De 'show' was niet veel meer dan een slechte polonaise van Nubi�rs in galabia, op veel te harde muziek van een CDtje. En wij dachten dat het niet beschamender kon dan die buikdanseres van eergisteren ... We hadden het snel gezien en besloten maar naar bed te gaan.

17 December 2007 - Nijlcruise - Edfu & Kom Ombo

Na de relaxte dag was het tijd om weer eens iets te gaan bekijken. Vanaf de sluizen van Esna (54 km ten zuiden van Luxor) waren we doorgevaren naar Edfu (53 km ten zuiden van Esna) waar we 's morgens bij het opstaan aangemeerd bleken te liggen. Na een ontbijt vertrokken we om kwart voor acht naar de Tempel van Edfu. Paardekoetsen reden ons door de stad naar de lager gelegen tempel. De tempel van Edfu was lange tijd bijna volledig bedolven geweest onder het zand. Alleen het bovenste deel had erbovenuit gestoken, wat later te zien was aan de zwarte toppen van de pilaren en het zwarte plafond; geblakerd door de vuren van de mensen die lange tijd in de bovenste regionen hadden gewoond.

In het midden van de negentiende eeuw werd de tempel door de fransman Mariette uitgegraven en staat nu bekend als de best bewaard gebleven tempel in Egypte. Wat we te zien kregen was inderdaad erg indrukwekkend. De Tempel is gebouwd tijdens het Ptoleme�sche tijdperk waarin de Grieken over Egypte heersten (332 VC - 30 VC). In dit tijdperk, dat begon met Alexander de Grote, die zichzelf uitriep tot Farao, volgden nog een aantal Griekse Farao's die de gebruiken van de Egyptenaren respecteerden en zelfs overnamen. Ze bouwden daarom tempels voor de Egyptische goden, in Egyptische stijl met hier en daar griekse invloeden (zo werden bijvoorbeeld voor het eerst blote borsten en buiken van vrouwen afgebeeld en werden de pilaren en lotus- en payrusbloemen gecombineerd met pilaren die eindigden in hele 'bloemstukken').

Horus Hathor Seth Osiris

De Tempel van Edfu was gewijd aan Horus, de valkgod waar al een cultus voor aanwezig was in de omgeving van Edfu. De tempel werd in bijna 200 jaar gebouwd tussen 237 en 57 VC. Via een enorme 36 hoge pyloon kom je de tempel binnen. Op die muur staan gigantische afbeeldingen van de Farao die offers brengt aan de goden en strijd voert met zijn vijanden (zoals gewoonlijk waren deze laatsten heel klein afgebeeld). Via een grote poort geflankeerd door twee beelden van Horus in valkenvorm kwamen we op een grote binnenplaats. Op de muren hiervan was 'Het Feest van de Mooie Ontmoeting' weergegeven; een jaarlijks festival waarin de ceremoni�le boot van Horus stroomafwaarts werd gevaren en zijn vrouw, de god Hathor, stroomopwaarts vertrokken uit haar tempel, in Dendara halverwege ontmoette. Gezamelijk keerden ze dan terug naar Edfu voor een groot festival.

Horus Tempel in Edfu Boot van Horus
Horus en de Farao verslaan Seth Passage van Overwinning

Achter de binnenplaats leiden twee zuilenhallen en een offerkamer tot het binnenste heiligdom waar nog steeds een replica van de boot van Horus te vinden was. Rondom deze ruimten waren diverse kleine kapelletjes en altaartjes en tevens twee trappen naar het dak van de tempel, waar een deel van het festival normaal plaatsvond.
Rondom dit geheel loopt de Passage van Overwinning waar op de muren wordt uitgebeeld hoe Horus en de Farao de strijd aangaan met de kwade god van chaos Seth in de vorm van een klein nijlpaard, nadat deze zijn eigen broer Osiris had vermoord. Ook bevond zich in deze passage de 'Nijlmeter' waarmee de stand van de Nijl bepaald kon worden. Aan de hand van die meting werd de belasting voor de boeren bepaald: hoge nijlstand betekende meer oogst dus meer belasting.
Een 7 minuten durende National Geographic film over de tempel gaf nog wat inzicht in de manier waarop de priesters en Farao gebruik maakten van de tempel. Erg interessant allemaal en een leuk begin van de dag.

Na een mislukte poging om met de Habibi groep te pinnen bij twee lokale banken keerden we terug naar de boot en om half 11 vetrokken we stroomopwaarts richting Kom Ombo. Het zou zo'n zeven uur duren voor we daar aan zouden komen dus er was vollop tijd om aan dek te genieten van de heerlijke zon, onderbroken door de warme lunch. Op de kamer had de bediening intussen op ingenieuze wijze een krokodil en zwaan gemaakt van dekens en handdoeken.

Krokodil in de hut ! Zwaan op bed !

Om vijf uur, kort na 'tea time' legde de Nile Carnival en nog vele andere boten aan bij een heuvel waarop de Tempel van Kom Ombo pronkte, 65 kilometer ten zuiden van Edfu. Kom Ombo was tijdens de Ptolemae�sche periode een belangrijke militaire basis en handelscentrum tussen Egypte en Nubia, een streek die zuid Egypte (onder Aswan) en noord Sudan besloeg. De avond was reeds gevallen toen we de tempel betraden en doordat veel boten tegelijkertijd waren gearriveerd was het er erg druk met groepen die werden rondgeleid.

Horus Sobek Thoth

De Tempel van Kom Ombo is niet zo goed behouden gebleven en flink beschadigd, maar desalniettemin een bijzondere tempel omdat het een dubbeltempel is voor Haroeris (een vorm van Horus) en Sobek (de god met krokodillenhoofd die de macht van de Farao's vertegenwoordigt). Sobek werd in de omgeving van wat nu Kom Ombo is veelvuldig vereerd omdat er regelmatig mensen het slachtoffer werden van de krokodillen die op de Nijloevers leefden. De Griekse Farao's bouwden de tempel in perfecte symetrie; alles (zuilenhallen, heiligdommen, etc) is gelijk aan beide zijden van de tempel, hoewel gewijd aan twee andere goden; Horus links aan de westkant en Sobek rechts aan de oostkant.

Cruisschepen leggen aan bij Kom Ombo Tempel van Kom Ombo
Farao wordt gereinigd door de goden Gemummificeerde krokodil

Albert toonde ons een aantal hele interessante dingen, zoals het verschil tussen hoog- en laagreli�fs (achtergrond uitgehouwen of beeltenis uitgehouwen), de muur met kalender, de waterput/Nijlmeter waarin krokodillen werden grootgebracht en de gemummificeerde krokodillen die opgegraven waren in de begraafplaats achter de tempel. Onder de mooie muurreli�fs die prachtig uitkwamen in het licht van de lichtbakken op de grond was o.a. te zien hoe de Farao (Ptolemy XII Neos Dionysos) door de goden Horeus en Thoth gereinigd werd met heilig warer en gekroond werd met de kronen van Opper- en Nederegypte als symbool van de eenheid, medische instrumenten offerde aan de god van wetenschap en meer indrukwekkende tafereeltjes. Er was zelfs een geheime gang waardoor priesters van achter de tempel het heiligdom in konden sluipen om daar op Wizard of Oz-achtige wijze de stem van de goden te vertolken.

Om half zeven keerden we terug naar de boot en een uurtje later stond het eten klaar. Vanavond was er een groot buffet waarbij vooral de toetjes erg lekker waren. Tevens was er 's avonds een galabaia feest in de bar waar iedereen gevraagd werd om in Egyptische gewaden te komen. Aangezien we de volgende morgen heel vroeg op moesten en het idee van zo'n feest me net zo aansprak als de gedachte aan Japanners die in Volendamse klederdracht de polonaise lopen sloegen we dat feestje maar even over. We dronken nog even een kopje koffie met Werner en An, onze Belgische reisgenoten, pakten de koffers in en gingen slapen.

18 December 2007 - Nijlcruise - Aswan & Abu Simbel

Het lijkt soms wel alsof je altijd heel vroeg op moet staan om de mooiste plekjes op de wereld te zien. Zonsopkomst bij Angkor Wat, te voet naar Mt. Everest Basecamp, het zijn maar enkele voorbeelden van tripjes waarbij ik om absurde tijdstippen op moest staan. Zo ook met een van de grootste 'attracties' van Egypte, Abu Simbel. Nog nooit was ik zo vroeg uit bed gekomen voor de kans zo'n wereldwonder te bezichtigen. Om 3 uur ging de wekker en na het uitchecken en een snelle kop koffie vertrokken we met de bus naar de straat in Aswan waar zich een convooi naar Abu Simbel vormde. Wegens de aanslagen op toeristen in de afgelopen tien jaar mag er alleen nog in politieconvooi gereisd worden.

Het was een tocht van 2,5 uur door de woestijn aan de westkant van de Nijl. Het was prachtig om in de duisternis de sterrenhemel te zien, maar we maakten ook van de gelegenheid (en het kussen dat we vanaf de boot mee mochten nemen) gebruik om nog even te slapen. Precies bij zonsopkomst om half 7 draaide de bus het dorpje van Abu Simbel in. Het was koud, erg koud. In de bus was de kou van buiten al goed te voelen maar toen we eenmaal voor de tempelcomplexen uitleg kregen van Albert bleek hoe koud het kon worden in de woestijn. De opgekomen zon zou nog zeker een paar uur nodig hebben om de temperatuur een beetje aangenaam te maken. Albert was echter genoodzaakt om ons buiten de tempels te vertellen over wat er binnen te zien was. Gidsen mogen binnen geen uitleg geven omdat het door de drukte teveel opstoppingen en gedrang zou veroorzaken. Gelukkig waren we erg vroeg en was het aantal groepen beperkt, zodat we na Albert's uitleg op ons gemak de tempels konden bekijken.

In Abu Simbel staan twee tempels die onder Ramses II volledig uit rots gehouwen werden: een voor hemzelf en een voor zijn vrouw Nefertari. De reden dat ze zo ver van de samenleving (280 km ten zuiden van Aswan) gebouwd waren had te maken met de plaats waar destijds de grens tussen Egypte en Nubia liep. De tempel werd op die grens gebouwd en moest met zijn machtsvertoon de Nubi�rs weerhouden van vijandige aanvallen.
En ik kan mij goed voorstellen dat de tempel zo'n afschrikkingseffect had. De bijzonder imposante voorgevel van 30 bij 35 meter toont vier enorme zittende beelden van Ramses II, elke 20 meter hoog, waarvan ��n deels ingestort is. Boven de ingang pronkt een beeltenis van de verschijningsvorm van Ra waaraan de tempel gewijd is (Ra-Horakhty). Bovenaan de gevel is een rij bavianen te zien. De Egyptenaren geloofden dat deze apen aanhangers van Ra waren omdat ze bij zonsopkomst altijd begonnen te schreeuwen vanuit de toppen van de bomen. {

Ptah Amun Ra Hathor

In de tempel zelf bevinden zich twee pilarenhallen (de eerste daarvan heeft bij elke pilaar wederom een 10 meter hoog beeld van Ramses II) en een klein heiligdom waar vier beelden staan opgesteld. Van links naar rechts zijn dat Ptah (de god van duisternis), Amun, Ramses II zelf en Ra-Horakhty (een combinatie van Ra en Horus). Opmerkelijk genoeg claimt de Farao hier dus een goddelijke status. Dat de Egyptenaren bijzonder ingenieus en geleerd waren bewijst het feit dat op 2 dagen per jaar in februari en october - op dagen die waarschijnlijk de geboorte en kroningsdag van Ramses II zijn - de zon door de opening van de tempel precies op drie van de vier beelden schijnt. Alleen de god van duisternis blijft zoals het hoort in duisternis gehuld.
Op alle muren van de hallen en diverse zijkamertjes die vroeger dienden als schatkamers voor de ge�nde belastingen in Nubi�) staan laagreli�fs die de oorlogen van Ramses II uitbeelden, evenals offeringen van de Farao aan de goden.

Abu Simbel - Tempel van Ramses II Abu Simbel - Tempel van Nefertari

De tempel van Nefertari, die tevens gewijd is aan de godin Hathor, is een kleine versie van de tempel van Ramses II die de Farao voor zijn favoriete vrouw liet bouwen. Voor de ingang staan 6 beelden: vier maal - jawel - Ramses II en twee maal Nefertari. Ook hier zijn de muren bewerkt met taferelen van de strijdende Farao en zijn vrouw die offers brengt aan Hathor en Mut. Al deze muurreli�fs die in Abu Simbel te zien zijn zijn erg interessant, maar het vakmanschap haalt het niet bij de reli�fs van Karnak, Edfu en Kom Ombo.

Bij de tempels lag ook een bezoekerscentrum. Binnen aan de muren kon ze zien en lezen hoe de tempels tussen 1964 en 1968 werden verplaatst. De tempels stonden namelijk vroeger 210 meter westwaarts en 65 meter lager. Toen het Nassermeer, het grootste kunstmatige meer ter wereld met een oppervlak van 5250 vierkante km, werd gecreerd zouden de tempels onder water komen te staan. De Unesco leidde een project om de tempels van Abu Simbel (en tientallen andere tempels) te redden door ze in meer dan 17.000 blokken van gemiddeld 20 ton te zagen, te verplaatsen en op hun nieuwe plek weer in elkaar te zetten. De afwijking mocht maximaal ��n milimeter zijn en oneffenheden werden met de grootste precisie weggewerkt. Een gigantisch project dat 40 miljoen dollar kostte en verbazingwekkend goed gelukt is aangezien je aan de tempels zelf niets van een verhuizing kunt bespeuren. Enkel de omringende bergwand vertoont hier en daar een Lego-achtig patroon van lossen blokken.

Rond 9 uur was het tijd om met het convooi terug te keren naar Aswan. Onderweg nuttigden we de ontbijtpakketjes die de keuken van de Nile Carnival voor ons had klaargemaakt. Onderweg passeerden we het kanaalproject van Toshka, welke 30 km vanaf Lake Nasser landinwaarts loopt en een groter deel van de omgeving bewoonbaar moet maken.
Halverwege de reis was in de woestijn een fata morgana te zien; het leek of er verderop een enorm meer in de woestijn lag maar het was een optische illusie als gevolg van de luchttemperatuur boven het zand.

Toen we aankwamen in Aswan reden we over de oude stuwdam die rond de wisseling van de 19e en 20e eeuw gebouwd was door de Britten om meer vruchtbaar land te cre�ren. De 52 meter hoge dam (destijds de grootste ter wereld) voegde 16% toe aan de vruchtbare grond in Egypte. De functies van de dam zijn in 1971 overgenomen door de veel grotere, verderop gelegen High Dam die de problemen van de explosieve bevolkingsgroei moest verhelpen. Deze nieuwe dam is zo'n 100 meter hoog. Het nieuwe stuwmeer strekte zich hiermee 550 kilometer uit tot ver in Sudan. De oppervlak van de akkerbouw werd 1,5 keer uitgebreid, waardoor er 5 oogsten per jaar mogelijk werden.
Het is opmerkelijk hoe de Nijl ten noorden van de oude dam vrijwel droog licht. Daarom - en vanwege het feit dat de Hoge Dam geen sluizen heeft - stoppen alle cruiseschepen in Aswan en keren terug naar Luxor. Het handjevol cruiseschepen dat ten zuiden van de twee dammen naar Abu Simbel varen zijn ook daadwerkelijk ten zuiden van de dammen gebouwd.

Langs de merkwaardige Fatimid begraafplaats met zijn koepelvormige graven, de coptisch christelijke cathedraal en een lokale pinautomaat (iedereen zat inmiddels in geldnood) reden we terug naar de boot. Vandaag zou de groep zich splitsen in subgroepjes met verschillende bestemmingen. Na de lunch namen we afscheid van de eerste subgroep. Die middag stond echter nog een aantal activiteiten voor ons op het programma voor we zouden terugkeren naar Luxor.

De Nijl vanaf de Oude Dam Tour Guide Albert
Feluca tochtje Feluca's

Allereerst maakten we een ontspannen tochtje op een Felucca, een (Egyptische) zeilboot die je veel ziet op de Nijl. Heerlijk in de zon met de wind in het haar voeren we een tijdje rond langs Elephantine Eiland met het enorme M�venpick resort (dat door een 3 meter hoge muur afgeschermd is van de aangrenzende dorpen van de Nubi�rs !), Kitchener's Island met Aswan's botanische tuinen, de heuvel met de graftomben van de nobelen en de heuvel met het mausoleum van de Aga Kahn.
Uiteindelijk stapten we over op een motorboot die ons verder zuidwaarts bracht, tot vlakbij de oude dam. We gingen aan land en bestegen daar kamelen voor een tocht langs de Nijl naar het Nubisch dorp Suhayl. Judith reed op kameel Hogan en ik op Guevara. Een hele belevenis, zo op de rug van het schip van de woestijn, maar comfortabel is anders. Na enige tijd wen je wel aan het geschommel, maar de pijn in je lies van de onnatuurlijke houding went niet. Ook was het best akelig hoe dicht de kamelen langs de rand van de zandheuvel liepen. Hoewel het een leuk tochtje was vond ik het geen ramp dat we in Soheil moesten afstappen.

In Suhayl kregen we wat te drinken, mochten we wat Nijlkrokodillen bekijken en een klein exemplaar vasthouden en vertelde Albert ons over de Nubi�rs. Door de aanleg van de Hoge Dam moesten 100.000 Nubi�rs een ander onderkomen krijgen. Een deel van hen werd verhuisd naar het zuidelijk gelegen Sudan en een ander deel naar de omgeving van Aswan en Kom Ombo. Aan de westoever van Aswan bevinden zich een aantal Nubische dorpen. Die dorpen hadden het lange tijd erg moeilijk omdat ze niet de voorzieningen hadden die de oostoever wel had (electriciteit, water, etc) maar momenteel zijn de leefomstandigheden beter en verdienen sommige dorpen een aardig centje aan het tourisme. Wel moet men de modernisatie aan banden leggen omdat de toeristen anders niet meer ge�nteresseerd zouden zijn. Nubi�rs kleden zich overigens vrijwel gelijk aan Egyptenaren maar ze hebben een veel donkerdere huid en spreken een andere taal.

Kamelentocht What's for dinner ?
Arabische/Nubische les Cheap spices Madame !

Na het bezoekje aan de keuken van een Nubisch huis waar we met behulp van ons Point-It boekje konden achterhalen wat er op het vuur te pruttelen stond bezochten we nog een schooltje. Daar kregen we van een leraar les in het Arabische en Nubische alfabet en getallen 1 tot 10. Daarna was het tijd om terug te keren naar de boot. Meer groepjes splitsen zich op en na met Albert plannen te hebben gemaakt voor onze extra dagen in Luxor bracht hij ons om half 8 naar het station waar we op de trein stapten voor de terugreis naar Luxor. De tocht zou 3 uur duren in een smoezelig eerste klas wagon. Bij aankomst in Luxor liepen we nog enige vetraging op toen de trein het station binnen wilde rijden maar uiteindelijk kwamen we om 23:20 aan. We werden netjes opgewacht door iemand van de reisorganisatie en naar het Swiss Inn (voorheen Mercure Inn) gebracht. De knipperende kerstverlichting heette ons welkom maar wij dacht na deze lange dag die om 3 uur was begonnen maar aan een ding: douchen en slapen.

19 December 2007 - Luxor

Het Swiss Inn is een prima hotel dat wel hard toe is aan de opknapbeurt. Kamers zijn ruim en de horecavoorzieningen prima maar een likje verf hier en daar en wat nieuw meubulair zou het geen kwaad doen. Ook is het perfect gelegen in het midden van Luxor, recht achter de Luxor tempel. Na om half 10 te hebben ontbeten besloten we het deze dag maar eens lekker relaxt en rustigaan te doen. Geen verplichtingen, maar genoeg te doen om je niet te vervelen.

Bij de Luxor Tempel was het op het plein waar vroeger een Romeinse tempel heeft gelegen een drukte van belang van spelende kinderen. Deze week hadden veel mensen vrij vanwege feestdagen. Mooi, want dan vielen wij als toestisten wat minder op tussen de menigte. We liepen een rondje om te tempel en kozen een rouite waarbij we het minste last zouden hebben van de opdringerige koetsiers en verkopers. We besloten een kijkje te gaan nemen in het Mummificatie Museum, een leuk uitstapje. Bij het kopen van de kaartjes gaf de uiterst vriendelijkde dame achter de kassa mij eerst geen wisselgeld terug en daarna nog steeds te weinig zodat ik nog eens om 5 Egyptische ponden moest vragen. Het blijft oppassen met die Egyptenaren.

Het kleine museum was erg interessant en toonde in illustraties het proces van mummificeren, 'begraven' in de tombe en wat de Farao daarna nog te wachten stond; hoe de ziel in de vorm van de Vogel Ba het lichaam bezoekt en het hart van de Farao wordt gewogen voor de god Osiris. Veel Farao's werden begraven met een beeldje van een scarabee (mestkever) op hun hart (of in plaats van hun hart) die ervoor moest zorgen dat het hart hierbij niet teveel wandaden zou 'opbiechten'.
In het museum lag de sarcofaag en de mummie van een hogepriester van Amun, Maserharti, maar ook diverse gemummificeerde (heilige) dieren: katten, een grote krokodil, een baviaan, een eend, een ibis en zelfs een vis! Ook waren de verpleegkundige instrumenten te bewonderen waarmee de hersenen uit het hoofd werden geschraapt en de ingewanden werden verwijderd (hier werd het Judith bijna even teveel). Op een aantal kleurrijke sarcofagen waren de diverse beschilderingen te bewonderen. Fascinerend waren ook de 4 urnen waarin de ingewanden van de Farao bewaard werden en die elk een kop van een dier of mens als deksel hadden: mensenhoofd voor de urn met de lever, baviaan voor de longen, jackhals voor de maag en valk voor de ingewanden. Al met al een klein uitstapje dat de 40 Egyptische ponden (5 euro) zeker waard was.

Plein bij Luxor Tempel Zwembad bij Swiss Inn Hotel

Na dit bezoek liepen we nog wat verder langs de boulevard, genoten even van het voorbijtrekkend volk op een bankje en liepen op ons gemak terug naar het hotel. Daar brachten we nog wat uurtjes door aan het verlaten zwembad. Door de afkoelende nachten was het water maar 11 graden, dus zwemmen zat er niet in, maar het wat wel een lekker moment om ontspannen in de zon te genieten van een boekje.

Na op de hotelkamer even te zijn bijgekomen van het zonnebaden liepen we nog even Luxor in. Op een pleintje niet ver van de Luxor tempel namen we wat te drinken (o.a. een turkse koffie) en een sheesha. Toch wel heel relaxt zo'n waterpijp en leuk om tussen de Egyptenaren zo'n ding te roken. Judith oefende haar afdingkunsten ook nog voor een paar sjaaltjes.

Albert had ons aangeraden om in het hotel te eten om te voorkomen dat je in een restaurant in Luxor iets verkeerds voorgeschoteld zou krijgen. Als alternatief had hij aangeboden dat zijn organisatie iets voor ons regelde. Dat leek ons leuk maar bleek een tegenvaller. We werden opgehaald en naar een restaurant in Karnak gebracht. Een zaak zonder sfeer met vlekken op de tafelkleden en een 'rush menu'. Ik voelde de bui al een beetje hangen toen de chauffeur zei dat hij ons over een uur op zou komen halen. We konden niet kiezen van de kaart maar kregen een set menu van linzensoep, 3 kleine mezza's en kofta plus kebab en rijst. Geen biertje te krijgen, geen dessert en zelfs de koffie na moest apart betaald worden. Absoluut niet het geld waard dat we ervoor betaald hadden. Later zou Albert dit meer dan goedmaken door ons het betaalde bedrag terug te geven. Terug in het hotel namen we nog een drankje in de bar en gingen vroeg naar bed. Morgen zouden we weer op tijd op moeten staan voor een laatste actieve dag.

20 December 2007 - Luxor (Ballonvaart & Westoever)

Vijf uur 's morgens, te vroeg om te ontbijten en welke gek staat er tijdens zijn vakantie nu om zo'n tijdstip op ? Nou, wij dus. We hadden vandaag nog twee excursies bijgeboekt en moesten om tien voor half 6 in de lobby zijn waar we zouden worden opgepikt. Op ons verzoek had het hotel twee ontbijtboxen klaargezet. Een busje haalde ons op en bracht ons naar een van de twee motorbootjes die de Nijl over zouden steken naar de westoever. Onderweg kregen we een kop koffie, een plakje cake en wat uitleg over de activiteit van die ochtend ... een ballonvaart over Luxor. Juud en ik hadden al eerder een ballonvaart gemaakt en de mogelijkheid om het hier nog eens te doen voor een relatief schappelijke prijs lieten we niet schieten.

Achter het Ramesseum stonden ruim tien ballonnen met bakjes voor 20 personen klaar. Om de een of andere reden was de onze de laatste die vertrok, en dan ook nog eens met bijna een half uur vertraging. Dat was erg jammer aangezien we daardoor de beloofde zonsopkomst vanuit de ballon misliepen. Om 7 uur stegen we uiteindelijk op en konden vanuit de lucht Thebes met o.a. de tempel van Hatshepsut goed zien liggen. Later dreven we af naar het zuidoosten en konden de cruiseschepen aangemeerd zien liggen. We gingen niet zo hoog als bij onze eerdere vlucht in Nederland, gemiddeld zaten we op zo'n 300 meter. In 45 minuten bracht de wind ons naar een plek ten zuiden van Luxor aan de westoever, waar we na een 'touch-and-go' met een suikerrietveld uiteindelijk in het landbouwgebied neerdaalden. Net als in Nederland stonden er binnen no-time wat nieuwsgierige omwonenden om ons heen, evenals de uitgebreide ground crew die de ballon terugsleepten naar de weg. 'In Holland, the farmer who owns the land gets a bottle of champagne', vertelde Judith de piloot. 'Here the owner just beats us', grapte hij terug.

Ballonnen boven Thebes Thebes vanuit de lucht
Huizen vanuit de lucht Judith met certificaat

Na dit mooie tochtje werden we teruggebracht naar de westoever terwijl we achterin het busje onze ontbijtboxen verorberden. Het was tegen negen uur toen we stopten bij de Kolossen van Memnon waar onze gids (Sam) en chauffeur voor de rest van de ochtena al een tijdje op ons zaten te wachten. Ik had na ons eerder bezoek aan de westoever het gevoel dat we nog een hoop niet gezien hadden dus had Albert voor ons een tweede excursie geregeld met 'prive gids'. We konden drie extra plekken kiezen en na overleg met Albert, het raadplegen van de Lonely Planet en het advies van Sam kwamen we uit op twee Graftombes van de Nobelen, het Workman's Village en de tempel Medinat Habu.

De Graftomben van de Nobelen was een persoonlijke aanrader van Sam, die nog beter Engels sprak dan Albert en veel wist te vertellen over alles wat we die ochtend zouden zien. En het was inderdaad erg de moeite waard. In tegenstelling tot de graftomben van de Koningen waren de muurschilderingen hier niet alleen veel beter bewaard gebleven, ze gaven ook een indruk van het dagelijks leven van de Egyptenaren, daar waar de graftomben van de koningen vooral rituelen van de begrafenis en het hiernamaals toonden. We bezochten eerst de tombe van Rekhmire, een gouverneur tijdens het bewind van Tuthmosis III en Amenhotep II. De tombe had een opvallend uitlopende vorm naar een valse deur; een in de muur uitgehouwen illusie van een deur die volgens geloof naar het hiernamaals zou leiden. Boven de deur had ooit een gedenksteen gezeten, maar die was verwijderd en staat nu in een of ander museum. De hoofdgang toonde links hoe de gouverneur diverse vakmanschappen inspecteerde, van het maken van alabaster potten tot timmermanswerk en goudsmederij. De linkermuur toonde een groot festijn met o.a. Muzikanten. In de zijgangen aan het begin van de toimbe was o.a. Te zien hoe de gouverneur geschenken kreeg uit andere landen, zoals een giraf uit Nubie, vazen uit Kreta en een olifant, paarden en strijdwagen uit Syrie.
De tweede tombe was de graftombe van Sennofer die onder Amenhotep II de opzichter over de tuinen was. Om bij zijn tombe te komen moest je diep in de grond afdalen. Beneden was het plafond golvend en beschilderd met druiven; een bijna 'Gaudi-esque' tafereel. Deze en de andere schilderingen waren extreem goed bewaard gebleven en misschien wel de eerste keer dat we schilderingen zagen zoals ze oorspronkelijk bedoeld waren. Een prachtig kleurenspel.

De tweede attractie was Deir el-Medina, het dorp van de arbeiders, waar de restanten te zien waren van de huizen van de arbeiders die aan de graftomben hebben gewerkt. Sam legde ons uit dat in tegenstelling tot populair geloof deze arbeiders niet als slaven werkten maar erg goed behandeld werden. Enkelen verkregen uiteindelijk zelfs een hoge status. Een uitgestrekt veld van lage muurtjes gaf een indruk van de reeks huizen waar een paar honderd mensen hadden gewoond.
We bezochten twee van de graftomben die boven het dorp lagen: die van Inherka en Sennedjem. Beide graftomben vereisten ook hier een stevige afdaling in de diepte, waarna je beloond werd door diverse prachtige muurschilderingen die uitstekend bewaard waren gebleven. Zo was er o.a. een muurschildering te zien van een kat die een slang doodt.
We bezochten ook nog even de tempel achter het vervallen dorp, gewijd aan Hathor en Maat (die ook ooit dienst had gedaan als christelijk klooster). Een mooi reli�f toonde De Dag van het Oordeel waarop het hart van de overledene in het bijzijn van Osiris werd gewogen tegen een veer. 42 vertegenwoordigers van de provincies van Egypte stelden de overledene allemaal een vraag. Een fout antwoord betekende een enkeltje naar de hel in plaats van het hiernamaals. De tempelwachter liets ons het dag beklimmen vanwaar we een mooi uitzicht hadden op het dal met het Ramesseum.

Deir el-Medina en graftomben van de arbeiders Sam en Ed

Na de Karnak Tempel is Medinat Habu qua oppervlak de grootste tempel van Egypte, en onze laatste stop op deze tweede tour van de westoever. De tempel deed zowel dienst als een van de eerste tempels voor Amun in het gebied alsmede dodentempel gebouwd door Ramses III, Hatshepsut en Tuthmosis III die de oorpronkelijke tempel volledig overschaduwd.
De poort waardoor je binnenkomt heeft een bijzondere Syrische stijl. Schijnbaar was Ramses III ge�nspireerd door zijn oorlogen in dat land. En oorlogen had hij veel gevoerd, zoals ook te zien was op in de vele reli�fs op de muren van de binnenplaatsen en zuilenhallen. Op de voorzijde van de eerste wal kon je net als bij de tempel in Edfu zien hoe de Farao zijn vijanderen strafte. Elders in de tempel was te zien hoe krijgsgevangenen werden afgevoerd en het aantal gedoodde vijanden werd geteld a.h.v. afgehakte handen en penissen! Onder een raamportaal hingen vier hoofden van vijanden van Ramses III waar hij vernederend op kon leunen. Nubi�rs, Lybiers, Syriers, Kretanen, Sicilianen en andere landen kwamen allemaal op gewelddadige manier in aanraking met deze Farao. De plaatsing van twee beelden van de godin Sekhmet, de godin van de oorlog met de leeuwenkop, leek dan ook bijzonder op z'n plaats.

Medinat Habu Medinat Habu: afvoeren van de krijsgevangenen Sekhmat

De tempel loopt spitsvormig omhoog naar het vervallen heiligdom. Niet alleen geeft dit de vorm van een voor de Egyptenaren heilige pyramide, het stelde de Farao ook in staat om gebruik te maken van het versterkende effect als hij zijn onderdanen - die niet verder dan de eerste binnenplaats mochten komen - toesprak. Die binnenplaats had tevens een raam naar het aangrenzende paleis van de Farao, waar Sam ons het toilet van Ramses III toonde waar hij zijn 'holy shit' kwijt kon. Deze lag vlak naast het podium waar ooit de troon had gestaan. Op een buitenmuur van de tempel en binnenmuur van het paleis was het - volgens Sam - meesterwerk van de tempel te zien: een reli�f van de koning die jaagt op runderen en zijn kinderen die jagen op vissen. De cartouches met de naam van de Farao waren overigens handdiep in de muren gekerft. Ramses III stond er om bekend dat hij tempels van zijn voorgang(st)ers opeiste door hun cartouches uit te houwen en te vervangen door de zijne. Hij wilde duidelijk niet dat hetzelfde hem zou overkomen.

Medinat Habu: Syrische Pyloon Medinat Habu: Toilet van Ramses III Medinat Habu: diepe cartouches

Al met al een geslaagde morgen met heel wat meer rust dan de drukbezochte tempels en graftomben die we eerder hadden gezien. Op de weg terug naar Luxor babbelden we nog wat met Sam, die ons o.a. vertelde over zijn kortstondige relatie met een Nederlandse 'goth chick'.

Terug in het hotel namen we een sandwich in de lobby en gingen nog even bij het zwembad liggen. Het water van het zwembad was met z'n 11 graden nog steeds niet begaanbaar maar ook het weer was wat frisser en winderig, dus we besloten na een uurtje om maar een wandelingetje te gaan maken. Het was immers bijna tijd voor de dagelijkse sheesha. ;-)

Na een paar kopjes Turkse koffie en een seesha (ditmaal op verzoek van Judith met perzik smaak) gingen we terug naar het hotel waar we niet veel later werden opgehaald door Albert. We hadden vanavond een dinner geboekt bij het buffet van een 5-sterren hotel en als we Albert moesten geloven hadden ze ter compensatie van de tegenvaller bij het hotel van de vorige avond (die ik bij Albert kenbaar had gemaakt) een verrassing voor ons in petto. We werden meegenomen naar het Sofitel resort, afgelegen in Karnak. Een luxe hotel met een enorm uitgebreid buffet met Italiaans eten, Orientaals eten en diverse toetjes. We hebben onze borden meerdere keren volgeladen en keerden voldaan terug naar Luxor. Na een laatste bakje (oplos)koffie in de bar gingen we naar de kamer waar we onze tassen alvast een beetje inpakten voor we gingen slapen.

21 December 2007 - Luxor & Terugreis

Schijnbaar moest het er toch van komen. De Wraak van de Farao, zoals een maag die van streek is en diarree hier ook wel wordt genoemd. Het was niet zo heel erg maar erg genoeg om een uur voor de wekker zou gaan spontaan wakker te worden. Het blijft altijd een vraag waar het van komt. Ik had ergens gelezen dat veel mensen ziek worden na het vasthouden van vies geld. De briefjes van 1 Egyptische Pond zijn inderdaad wel zo'n beetje het smerigste geld dat ik ooit gezien heb, dus het zou me niets verbazen ...

Na alles verder te hebben ingepakt gingen we naar beneden voor het ontbijt. Tot onze verbazing vonden we Albert beneden in de hal. Hij moest nog even iets duidelijker laten vastsleggen over de regeling die we gisteren getroffen hadden betreffende het hotel van eergisteren. Daarna konden we ontbijten, uitchecken en op pad voor onze laatste dag in Luxor.

Onderweg naar het Luxor Museum kwamen we bij toeval het winkeltje tegen waar we al een paar keer naar hadden lopen zoeken: het Fair Trade Centre. Hier kon je tegen een normale prijs handgemaakte souvenirs kopen waarvan de opbrengst volledig ten gunste kwam van de makers. Hier werd pas duidelijk hoe de mensen worden bedonderd in de 'albastfabriek'. Een klein vaasje waar de vraagprijs daar begon bij 25 euro werd hier verkocht voor 15 Egyptische ponden, oftewel 2 euro ! We kochten beide een klein albast vaasje en een handgemaakte scarabee en waren voor nog geen 9 euro klaar. En deden daar nog wat goeds mee ook !

AtenHet Luxor Museum bleek echt de moeite waard. Veel groter dan het mummificatiemuseum besloeg het verschillende vleugels. We kregen eerst een interessante film te zien over de collectie, waarna we 'm zelf konden gaan bekijken. De collectie bestaat vooral uit allerlei prachtige beelden die in de tempels en graftomben in de omgeving van Luxor gevonden zijn. Ook zijn er een aantal voorwerpen tentoongesteld die gevonden zijn in het graf van Tutankhamon, zoals een bed, een met goud afgezette runderkop (Hathor) en een complete strijdwagen. Andere hoogtepunten waren de twee mummies van Ahmose I en Ramses I.
Indrukwekkend was ook de deels samengepuzzelde muur van Akhenaten, de onpopulaire 'ketterfarao' die alle goden had afgeschaft en vervangen door een god: Aten, de zonnedisk met stralen die eindigden in handen. Er waren ook twee beelden aanwezig van Akhenaten met een karikaturele stijl; smal gezicht, vooruitstekende lippen en neus. Een complete vleugel is daarnaast gewijd aan de groep beelden die in 1989 bij toeval onder de vloer van de Luxor tempel ontdekt werden.

Albert had ons 's morgens uitgelegd hoe we op de lokale markt (souq) konden komen. Deze markt, waar we eerder met de koets doorheen gereden waren, lag achter de toeristenmarkt en was zoals op elke lokale markt in een ver land een lust voor het oog. Geen souvenirswinkeltjes maar verkoop van groente, muziekcassette's, kippen, schoenen en kleding. Heerlijk om over rond te struinen.

Op de lokale markt van Luxor Dessert uitzoeken bij Twinkie

Na het verplichte bezoek aan 'ons tentje' voor een (kersen)seesha en turkse koffie gingen we terug naar het hotel om aan het einde van de middag een hapje te eten. We kochten na veel gepingel (van 35 naar 9 euro) nog wat souveniertjes bij een handelaar. Daarna snelden we nog even naar Twinky; een winkeltje bij het station dat heerlijke soorten banket en gebak verkoopt. Sam had ons dat winkeltje de vorige dag aanbevolen en de heerlijke zoete geur die honderd meter van het winkeltje al te ruiken was bewees dat het een goede tip was geweest. We kochten voor 15 Egyptische Ponden (2 Euro) een stuk of zes verschillende soorten gebak en liepen daarna terug naar het hotel. Onderweg namen we nog even een bak koffie bij de plaatselijke McDonalds. Reden: het gratis draadloos Internet waarmee ik m'n e-mail van de afgelopen week kon downloaden.

Het was in de lobby van het hotel nog even wachten tot we om kwart voor zeven zouden worden opgehaald. Om zeven uur kwam er echter een telefoontje van de reisorganisatie. De vlucht had vetraging dus zouden we pas om kwart over acht opgehaald worden. Er zat niets anders op dan nog een bakje (oplos)koffie te nemen, een kaartje te leggen en te wachten.

Op de luchthaven verliep de check-in uiteindelijk traag maar het boarden snel. Reden was dat het vliegtuig nog vol zat met mensen die naar Harghada moesten. We hadden ons al afgevraagd waarom de terugvlucht naar Amsterdam 7 uur was terwijl de heenvlucht maar 5 uur was geweest. In Hurghada werden we eerst een half uur het vliegtuig uitgejaagd zodat het personeel kon schoonmaken. Daarna waren we om 12 uur dan eindelijk onderweg naar Amsterdam. Thuis vroor het min zes graden en we waren per SMS al geadviseerd om een paar dagen bij te boeken ...

Nawoord

In eerste instantie was ik wat terughoudend in het boeken van een vakantie naar Egypte. Zoals gezegd deed een Nijlcruise me denken aan een boot vol bejaarden, maar ook had ik verhalen gehoord over hoe opdringerig de Egyptenaren konden zijn. Beiden is me heel erg meegevallen. De passagiers van de boot vari�erden van piepjonge tieners tot stokoude dametjes. De Egyptenaren zijn inderdaad opdringerig, vooral de koetsiers en verkopers in Luxor, maar niet erger dan b.v. in Vietnam. En als je ze negeert of nadrukkelijk 'nee' zegt in hun eigen taal houden ze meestal wel op.

Wat wel erg vervelend is zijn de constante handjes die vragen om baksheesh (fooi). Gek wordt je ervan. Iemand tilt je koffer op en vraagt meteen een Egyptische Pond. Iemand draait op het toilet een kraan voor je open en houdt zijn hand op. Een tweede persoon geeft je een handdoekje en wil ook wat hebben. Storend omdat het allemaal dingen zijn waar je helemaal geen hulp voor nodig hebt en je er bij elk klein wissewasje mee geconfronteerd wordt. Gelukkig wordt je hier niet mee lastiggevallen op de boot en in het hotel omdat er voorafg geld in een fooienpot is gestort. Maar heb je een koets betaald dan wil de chauffeur achteraf toch weer basksheesh voor het paard ...

Over paarden gesproken, we hebben gezien dat paarden, ezels en kamelen niet altijd even goed behandeld worden. Ze krijgen er soms flink van langs als het niet snel genoeg gaat en sommigen zijn broodmager of hebben wonden door slecht afgestelde materialen. In Luxor zit het Brooke Hospital for Animals dat dergelijke dieren verzorgd maar ook de eigenaars informeert hoe ze op een verantwoorde manier om moeten gaan met de dieren. Vaak zijn 6 - 20 mensen voor hun dagelijks brood afhankelijk van het beest, dus ook voor de economie is het belangrijk dat men goed op de hoogte is. Een goede zaak dus, waar ik na de vakantie een leuk bedrag aan heb overgemaakt.

Na enkele dagen kijken en vergelijken en raadplegen van de Lonely Planet kom je er ook al snel achter dat de lokale reisagent behoorlijk verdiend aan de excursies die ze aanbieden. Soms is de prijs die je betaald het dubbele van wat je zou betalen als je het zelf zou boeken. Voordeel is echter wel dat je zeker bent van een betrouwbare partij en dat je een vakkundige gids krijgt. Met name over dat laatste ben ik erg te spreken. Albert en Sam spraken niet alleen prima Engels, ze hadden beiden een uitgebreide vierjarige studie in Egyptologie gevolgd en beschikten over een enorme kennis, met name over het Nieuwe Rijk in de Luxor - Aswan regio. Dat heb ik in andere landen wel anders meegemaakt. Het enige dat ik echt storend vond waren de bezoekjes aan de albastfabriek en papyrusshop.

Het eten aan boord van het schip was afgestemd op de gasten en daarmee prima, maar verder is het eten in Egyptische eten niet echt heel erg bijzonder. Er zijn kleine tapas-achtige voorgerechtjes (mezzes) en kebab (gegrild vlees) of kofta (gekruid gehakt) als hoofdgerecht. Niet enorm bijzonder en afwisselend, hoewel de Egyptenaren wel bedreven zijn in het maken van lekkere toetjes. Met uitzondering van een kleine aanval van diarree ben ik grotendeels ontkomen aan de Wraak van de Farao. Dat geldt niet voor Judith. Na thuiskomst heeft ze het grootste deel van het weekend doorgebracht op de bank, heen en weer pendelend tussen het toilet. Het blijft gissen wat het is geweest maar aangezien het gebak van Twinkie het enige is dat we buiten de boot en het hotel gegeten hebben en er een aantal 'natte' snacks tussen zaten zou ik mijn geld daarop inzetten.

Al met al is de Nijlcruise een fantastische korte vakantie geweest die ik iedereen kan aanraden die ge�nteresseerd is in een mix van relaxen en cultuurhistorie. Je ziet enorm veel hoogtepunten in een week tijd en zelfs als je je net als ons helemaal te buiten gaat aan dure excursies dan blijft het nog steeds een hele betaalbare vakantie. De vraag voor mij blijft nu hoe en wanneer ik de rest van Egypte zal gaan bezoeken ...

Ed Sander
December 2007