Dagboek Thailand 2004

door Lisette Kerkhof, met toevoegingen van Ed Sander

Back to Homepage


20 november: Vertrek

Vandaag vertrekken we dan eindelijk naar Thailand. In februari van dit jaar hadden we al geboekt. En toen begon het wachten. Tussendoor nog wel een weekendje weg geweest, anders hadden we het nooit gered. Alle voorbereidingen zijn getroffen, de koffers zijn gepakt.
De vader van Ed (Edo) brengt ons om 15:45 naar Schiphol. Koffers in de auto, Gringo (de kat) en moeder van Ed (Marjan) gedag zeggen en daar gaan we. We zijn mooi op tijd op Schiphol.
Vanaf Schiphol vliegen we rond acht uur eerst naar Frankfurt waar we overstappen op een grote Boeing van Lufthansa die ons in zo'n 12 uur naar Bangkok vliegt. In het vliegtuig hebben we al wat medereizigers ontmoet. Het stukje van Schiphol naar Frankfurt hadden we zo gedaan. Al moesten we even rondjes blijven vliegen voor we mochten landen. Bestaan er in de lucht ook al files ?
Om 22.00 vertrokken we richting Thailand. Ik had zelfs bij het opstijgen al wat last van mijn oren terwijl dat anders alleen tijdens het landen is. Mogelijk door de verkoudheid. We zaten een beetje krap maar met wat kunst en vliegwerk met de benen wisten we het te redden. Ik kon wat "slapen" tijdens de vlucht ondanks de misselijkheid. Ed doezelde af en toe weg. Ed vond het avondmaal om 0.00 uur zelfs nog wel lekker. Ik hoefde dat niet midden in de nacht. - Lisette

Een pittige reis. Aan boord krijgen we enkele malen eten en drinken en proberen we wat te slapen. Dat gaat niet echt makkelijk want de stoelen kunnen slechts een klein beetje plat zodat je niet echt een comfortabele slaaphouding kunt aannemen. Gelukkig hebben we weinig last van jetlag als we eenmaal aankomen omdat het in Thailand 6 uur later is en we dus eigenlijk een relatief kort dagje voor de boeg hebben. Dat zou na terugkomst in Nederland wel anders gaan .... - Ed

21 november: Bangkok

Zo we zitten in Bangkok in het Royal Hotel. We hebben er 12 uur vliegen op zitten. Om omstreeks 8.00 Nederlandse tijd kwamen we aan in Thailand. Mijn oren zijn ondanks de neusdruppels, kauwgum en oordopjes toch dichtgeklapt. Op zoek naar de reisleider van Djoser. Die zei ons gelijk even 10.000 Bath (ongeveer 200 Euro) te pinnen. Toen de groep compleet was vertrokken we met de bus naar het hotel. De reisleider heet eigenlijk Jan Roelf maar omdat ze dat hier niet kunnen uitspreken noemen we hem 'Maxx'. De Thaise gids heet 'Anne' en de stagiaire van de gids heet 'Peggy'. Peggy is een man die vrouw wil worden. Dit is heel normaal in Thailand (zie ook De Thai). Peggy is nog niet zover, je kan nog zien dat ze stoppels heeft en nog geen borsten. Onze buschauffeur heet 'Mai Wat'.

We arriveren in het hotel na een busritje van een klein uurtje over de 'super highway' die zich over de daken van huizen en langs enorme reclameborden een weg baant door Bangkok. De bus is comfortabel met voldoende beenruimte, airconditioning en een opvallende roze bekleding. Al met al een prettig onderkomen waar we de komende weken nog vele uren in door zullen brengen. In het hotel verzamelden we ons in een kitscherig aangekleed restaurantje, waar we wat uitleg kregen over de komende dagen en wat gebruiken en gewoontes in Thailand. B.v. dat het hoofd het meest heilige deel van het lichaam is en de voeten onheilig. Je mag dus niet met je voet op een biljet staan waar de koning op staat, dat betekent een paar uurtjes in de gevangenis. Dan op weg naar de kamer, geen overdadige luxe maar het voldoet prima, volgens Maxx wordt alles minder luxe vanaf hier.

Om 18:00 (Thaise tijd) gaan we met de hele groep eten. We gaan naar het Wan Fah bootrestaurant. Het eten begon heel erg pittig, voor mij dan. Het hoofdgerecht was mild gekruid. Steeds kreeg je een klein schaaltje met een gerecht erop. Je krijgt geen mes bij het eten omdat alles al heel klein gesneden is. Je moet met een vork wat eten scheppen op een lepel en dan met de lepel eten. Met een vork eten is een belediging. We hebben o.a. Thaise zoete rijst, vis in groene curry, pittige soep en fruit op. Het was buiten de pittige dingen erg lekker.
Er was na het eten een optreden van Thaise danseressen. Van een van de 'dames' hadden we het vermoeden dat het een man was. De rekening viel voor Thaise begrippen hoog uit. Met de Tuk Tuk (een soort overkapte brommer met achterbank) gingen we terug naar het hotel. Een ware dodenrit haast, de bestuurder scheurde de bochten door alsof zijn leven ervan afhing. Afijn we zijn heel aangekomen in het hotel. Nu slapen ! - Lisette

Zo, de eerste dag Thailand zit erop. De groep is een gemengd gezelschap. Opvallend veel vrouwen en de gemiddelde leeftijd ligt toch wel hoger dan ik had verwacht. Dat wordt voor mij dan wel even wennen. Twee deuren verderop slaapt een Thais bruidspaar die vanavond hun feest hadden in het hotel. Als ze het maar rustig houden, want het is druk zat op straat. Bangkok is een vreemde mengelmoes: skyscrapers, reclameborden en tempels staan kriskras door elkaar. En schijnbaar is een groot deel van de vrouwen eigenlijk travestiet of transseksueel.
De Wan Fah boottocht geeft mij een beetje dubbele gevoelens. Het lijkt me de Beefeater van Bangkok; zo'n typische toeristenattractie waar iedereen het over heeft maar in de praktijk niet echt speciaal is. Tijdens het eten vaart de boot over de Chao Phraya rivier die dwars door Bangkok loopt. Erg sfeervol hoewel het uitzicht op de oevers niet altijd even interessant is. Of de traditionele dansen nu zo authentiek zijn vraag ik me echt af. Als ze dat wel zijn dan is de Ramayana dans die vrijwel alleen bestaat uit merkwaardige poses met armen en onnatuurlijk gekromde handen niet echt 'my cup of tea'. En een Dulcimer solo van 1 uur gaat ook een beetje vervelen ;-) Het eten was in ieder geval lekker en boeiend. En de dodenrit in de Tuk Tuk inclusief 'wheelies' een ervaring op zich. Nu alleen nog wennen aan de opdringerige straatverkopers die je allerlei prullaria aan proberen te smeren. - Ed

22 november: Grand Palace, Wat Pho, Klongs, Chinatown, Calypso & Patpong

We zijn begonnen met een ontbijtje in het hotel. Er is genoeg keus, van internationaal tot een Thais ontbijt. Ik houd het bij internationaal en Ed gaat meteen voor Thais. Na het ontbijt wandelen we naar de Grand Palace. We lopen eerst langs een klein tempeltje waar al verscheidene Thaise mensen op de vroege morgen Boeddha aan het vereren zijn. Anne geeft er voor het eerst uitleg over Boeddhisme en laat zien dat elke dag zijn eigen Boeddhabeeld heeft. Ze belooft ons later in de bus te vertellen welk beeld bij onze geboortedatum hoort.

In de tempel bij het Grand Palace (Wat Phra Kaeo) moet je net als bij andere tempels netjes gekleed gaan. Dat houdt in, lange broek en truitje met 3/4 mouw aan. Het is vroeg in de ochtend al behoorlijk warm dus niet echt een pretje. Het paleis en de tempelgronden (Wat) liggen omsloten door een grote witte muur. Bij binnenkomst wordt iedereen gecontroleerd op zijn kleding.
We gaan eerst het museum in. Kleding, munten, wapens en sieraden zijn tentoongesteld. We mogen een gedeelte van het museum niet in omdat daar de kleren van de Smaragden Boeddha, het meest aanbeden Boeddhabeeld van Thailand, daar tijdens de seizoenswisseling wordt verwisseld. Vandaag gaan ze de winterkleding aan doen.
Het bezoek aan Wat Phra Kaeo is erg indrukwekkend. Enorme gebouwen, rijkelijk versierd met mozaiek, spiegeltjes etc. Ook zijn er muurschilderingen die het Ramayana verhaal uitbeelden en een enorme miniatuurweergave van de Angkor Wat tempel van Cambodja. De beelden die in de Efteling bij de waterlelies staan komen we hier ook tegen. We missen alleen Pardoes nog.

In de tempelhal staat de Smaragden Boedha. Het is een relatief klein beeldje omringd met glitter, bloemen en wierook. Het is wel indrukwekkend. In de tempelhal mogen geen foto's genomen worden en je moet je schoenen uittrekken voor je naar binnen gaat. Opvallend is ook hoe de Thai bezig zijn om kleinere replica's van de Smaragden Boeddha te keuren en te verpakken. Waarschijnlijk worden die verkocht aan de bezoekers.
Na de Wat bezoeken lopen we nog even langs enkele gebouwen van het daadwerkelijke paleis en vervolgen onze voettocht dan naar Wat Pho. Onderweg passeren we een opmerkelijk kraampje waar Thai bezig zijn om origami vogeltjes te vouwen en te beschrijven met teksten. Anne legt uit dat deze vogeltjes als vredesbetuiging zullen worden uitgestooid over het zuiden van Thailand waar conflicten zijn onstaan met de moslim minderheden. We schrijven allemaal een tekst op een vogeltje.

Aangekomen in Wat Pho bewonderen we de grootste liggende Boeddha van Thailand. Hij is 47 meter lang, een enorm gevaarte. Achter het beeld staat een lange rij met potjes waar de Thai kleingeld in gooien. Maxx legt later uit dat elk potje voor een lichaamsdeel staat. Het doneren van geld aan zo'n potje zou goede gezondheid voor dat lichaamsdeel brengen. Buiten de tempelhal krijgen kinderen les van leraressen in uniform. Ook de kinderen hebben een uniform aan. De Wat staat vol met verschillende Boeddhabeelden.

We lopen van Wat Pho naar de Chao Praya rivier, waar we lunchen in een lokaal restaurantje aan het water. Ed wordt 'belaagd' door de serveerster die fan blijkt te zijn van het Nederlands elftal. Als hij haar vertelt dat ook de rest van het gezelschap uit Holland komt begint ze iedereen innig te omhelzen.
Dan staat een boottocht over de rivier Chao Phraya op het programma. Allereest varen we over de klongs (kanalen) van Thon Buri. Thon Buri is het oude deel van Bangkok en de indrukken die we er krijgen zijn overweldigend. Bouwvallige huizen staan naast prachtige villa's en bijna iedereen heeft een geestenhuisje in de tuin. Verkoopsters in bootjes proberen hun fruit en koopwaar te slijten we geven brood aan de enorme vissen in het water.

Vanaf Thon Buri varen we naar Chinatown. Chinatown was een hoop kitsch bij elkaar maar wel leuk om te zien en de sfeer te proeven. Je werd wel gek van de vieze uitlaatgassen om je heen. Met de Tuk Tuk terug naar het hotel, dit keer geen dodemansrit. We zochten op eigen gelegenheid een restaurant vlakbij het hotel. Daar heb ik per ongeluk wat gegeten van het gerecht van Ed, de stoom kwam bijna mijn oren uit. 's Avonds zijn we naar het Calypso Cabaret gegaan, een travestieten/transseksuelen show. Sommige 'vrouwen' waren echt mooi te noemen. Bij de mannen in de groep viel de mond open. Zo goed als de dames 'gelukt' zijn, zo amateuristisch is de geluidsmix en het playbacken soms, maar dat mag de pret niet drukken.

Met de skytrain (metro in de lucht) zijn we van de Calypso show naar Patpong gegaan. Patpong is de oude hoerenbuurt van Bangkok. Om de 5 min. wordt gevraagd of je 'een show' wil zien. De namen van de bars en shows laten weinig aan de verbeelding over. Achteraf blijken de verkopers van namaakgoederen en de 'proppers' op Patpong de meest opdringere te zijn die we in Thailand tegenkomen. Sommige vrouwen zijn daadwerkelijk handtastelijk, waaronder een vrijpostige oud tandenloos vrouwtje dat sigaretten verkoopt en Ed onder de tafel opeens in z'n kruis grijpt. Ook is Patpong een van de eerste plekken waar we middeljarige westerse mannen zien rondlopen met Thaise tieners. We drinken wat in een bar en gaan vervolgens met de taxi weer terug naar het hotel. Dat blijkt nog een hele opgave. De taxi chaffeurs in Patpong werken schijnbaar voor de lokale maffia en rekenen absurd hoge tarieven terwijl ze weigeren de meters aan te zetten. Het is even zoeken voor we een betrouwbare chauffeur hebben gevonden die ook de weg terug naar het hotel kent.

23 november: Damnoen Saduak & River Kwae

6:00 uur, de wekker gaat! Wat een onmogelijke tijd. We vertrekken vroeg met de bus en laten Bangkok achter ons. Allereerst bezoeken we een wassenbeeldenmuseum. Wel iets anders dan onze Madame Tussaud. Heel mooi gemaakt allemaal. Beelden van het koningshuis, monniken en van gewone burgers. Opvallend is dat de wassenbeelden die het slavernij tijdperk uitbeelden niet gefotografeerd mogen worden.
De bus brengt ons vervolgens naar de opstapplaats voor de longtail boten die ons naar de drijvende markt Damnoen Saduak zullen brengen. We krijgen eerst een opengehakte groene kokosnoot om de melk uit te drinken en daarna gaan we met een noodgang over de klongs. Hoewel in Damnoen Saduak de echte lokale fruitmarkt helaas al plaats heeft gemaakt voor souvenirverkoop is het echt heel erg leuk om te zien. Mooie kraampjes met leuke snuisterijen en etenswaar. De verkoopstertjes in hun bootjes hebben traditionele hoedjes op.

Na de boottocht gaan we met de bus naar Kanchanaburi. Onderweg krijgen we allerlei soorten fruit uitgedeeld welke Maxx en Anne op de markt van Damnoen Saduak hebben gekocht. Sommige vruchten zien er erg vreemd uit en het is even doorzetten om ze ook echt te durven proeven. Harige ramboetans, onrijpe groene mango's en rijpe gele mango's, prachtige mangistans, en meer exotische fruitsoorten worden door Peggy in de bus rondgedeeld.
Aangekomen in Kanchanaburi bezoeken we eerst de enorme begraafplaats van de soldaten die in WO2 zijn gestorven tijdens dwangarbeid aan de Birma spoorweg. Na een lunch in een restaurantje aan de River Kwae (niet Kwai, zoals wij zeggen want dat betekent waterbuffel) bezoeken we het JEATH-museum. JEATH, wat expres lijkt op DEATH staat voor Japan, England, Australia, Thailand en Holland; de landen waar de krijgsgevangenen vandaan kwamen. Het museum is gevestigd in een replica van een bamboehut uit de kampen van de krijgsgevangenen. Hier wordt uitleg gegeven over de bouw van de brug over de Rivier Kwae. Het is wel indrukwekkend maar op een gegeven moment heb je de foto's en onderschriften vol spelfouten wel gezien.
Vlakbij het museum stappen we op longtail boten die ons met een rotvaart stroomopwaarts naar de beruchte brug over de rivier Kwae brengen. Het is natuurlijk niet de oorspronkelijke houten brug uit WOII maar daardoor niet minder indrukwekkend. Overigens is de film Bridge Over The River Kwai vrijwel geheel gebaseerd op fictie. We zijn over de brug heen en terug gelopen, een hele ervaring, doodeng zo hoog boven het water.

Bij de brug heb ik een sarong en een hemdje gekocht en Ed een t-shirt. Ik was voor 8 Euro in het nieuw gestoken. Met een boemeltreintje (lees boemel tweeledig) vervolgde onze reis zich naar Nam Tok. In de trein wordt het erg gezellig. Maxx had Thaise Whisky en chips meegenomen. Naarmate de fles leger raakt worden de reizigers vrolijker en losser. In Nam Tok aangekomen gaan we verder met de bus naar de longtail boten die ons naar het floatel (een hotel op het water) brengen. In het donker komen we daar aan, het wordt hier rond 18:00 uur al donker. Echt veel van het floatel kun je dus niet zien. Het ziet er in het licht van de olielampjes (er is geen electriciteit !) erg idyllisch uit. Iedereen krijgt een olielampje mee naar de kamer. De eerste twee lampjes gaan al snel uit, maar 3 maal is scheepsrecht. We eten gezamenlijk en blijven daarna hangen om wat te drinken. Nou ja 'wat'. De Singha (bier) vloeit rijkelijk en iedereen wordt steeds losser. Er wordt zelfs door de mannen een Singhaclub met eigen strijdlied opgericht. Rond middernacht gaan we naar bed. Ik heb nog een hele tijd wakker gelegen van alle vreemde geluiden, kou en het gesnurk van Ed.

24 november: River Kwae Raft

We waren om 7.00 uur al wakker. De boten kwamen al vroeg aangemeerd. Ed was er vrij snel uit om zijn Singha broeders te zoeken. Hij had een SMS gehad van Egbert dat ze de Marketing Literatuurprijs 2004 gewonnen hadden. Hij zou eigenlijk in het water springen als dat zo was maar dat heeft hij toch maar niet gedaan vanwege de behoorlijk sterke stroming.
We hebben heerlijk ontbeten. Ei, ham, toost, gebakken aardappelen en als toetje fruit. De bediening op het Floatel werd gedaan door het Mon volk dat in het vlakbij gelegen dorpje woont. Hele aardige en bijzonder intelligente mensen, oorspronkelijk vluchtelingen uit Birma. Ze spraken zelfs een paar woorden en zinnetjes in diverse talen. Onze ober van het 'lekker bakkie pleur' was er ook al. Na het ontbijt even tijd gehad om het logboek te schrijven. Ik was 2 dagen achter op schema geraakt. Er is veel te vertellen dus kreeg ik het niet in 1 keer geschreven.

Om 10.00 uur gingen we met de longtail boten een uur stroomopwaarts naar een raft. Opmerkelijk was overigens het drijvende 'tolhuisje' op de rivier waarop toegang tot het National Park moest worden betaald. Het raft bleek een groot houten vlot met bankjes en tafeltjes erop en zelfs een 'bar'. Met het raft gingen we een stuk stroomopwaarts naar een waterval. Daar was gelegenheid om wat in het water te dobberen of te zonnen. Maxx stelde voor dat we op de rotsen zouden klimmen, in het water zouden springen en snel genoeg naar de overkant zouden zwemmen voor de stroming ons zou meenemen. Ik vond de overtocht naar de andere kant van de River Kwae wat te zwaar en te riskant om te zwemmen dus bleef wat zonnen en poelen bij de waterval, wat overigens ook heerlijk was. Ed probeerde wel naar de overkant te zwemmen. Hij dreef net als de meesten een behoorlijk stuk weg en wist zich uiteindelijk uitgeput vast te klampen aan een van de verderop gelegen drijvende woningen. Toen hij terugkwam was hij afgepeigerd en heeft ongeveer een uur plat gelegen in de schaduw.

Om 13.30 gingen we met de raft terug naar de aanlegplaats waar we lunchten. Het was heerlijk. Kip, kip zoetzuur, varkensvlees met saus, etc. Ed tracteerde iedereen op een borrel vanwege zijn prijs. Na de lunch hadden we nog even tijd om de omgeving te bekijken en kon je een korte wandeling maken naar de top van een waterval of een boomgaard met fruit.
Met de longtailboten gingen we 3/4e van de rivier terug en daarna lieten we ons met een zwemvest aan dobberend terugvoeren naar de floatels. Het was ontzettend leuk: je drijft vanzelf met de stroom mee de goede kant op. Na zo'n 20 minuten dobberen kwam het floatel in zicht. Het terugkomen op de kant was even moeilijk. Er stond veel stroming die je wegduwde van de trap. Na drie of vier pogingen lukte het me toch om naar boven te komen. Lekker even gedoucht onder een koude douche. Mijn nieuwe sarong en hemdje aangedaan. Lekker luchtig.
We zijn even naar het Mon-dorp gewandeld. Het bleek allemaal relatief primatief, maar de dorpelingen hadden wel twee olifanten ! Later op de avond, na het eten, zijn we gaan kijken naar de MON-dance. De kinderen van de lokale bevolking voerden een dans uit. De muziek was niet om aan te horen en bijster enthousiast leken sommige dansers ook niet. De dans zelf was meer een combinatie van breakdance en iemand die een mes uit zijn rug probeert te trekken. Maar het was wel authentiek. De kleine kinderen waren natuurlijk het leukste om te zien. Terug in de bar van het floatel hebben we uiteindelijk nog wat gedronken met z'n allen.

25 november: Ayutthaya

Vanmorgen werden we om 6:30 gewekt. We gaan vandaag al vroeg op pad naar Ayuttaya. Onderweg zijn we gestopt in Song Teang. Daar was een lokaal marktje waar we rondstruinden. Er was fruit, groenten, vis, vlees en allerhande snuisterijen te koop. Morgen is er een Thais feest genaamd Loy Krathong. Dit feest wordt in november tijdens volle maan gevierd. Alle Thai eren dan Mae Kongkha, de godin van rivieren, meren en vijvers door Lotuvormige bootjes van bananenbladeren met offeranden los te laten op het water. Deze bootjes zouden dan de zonden van het afgelopen jaar meenemen en geluk brengen in het komende jaar. Op de markt kon je daar spullen voor kopen o.a. bloemen, wierook en kaarsjes in zoete kleurtjes. Ik heb als souvenir 3 kaarsjes gekocht. De heren van de Singha club kochten een gitaar, die een belangrijke rol zou gaan spelen tijdens komende avonden.

Ayutthaya is samen met Sukhothai een van de belangrijkste historische steden van Thailand. In de 16e eeuw nam Ayutthaya de heerschappij over de regio over van Sukhotai en werd het een welvarende handelstad die verdragen sloot met de westerse ontdekkingsreizigers. In 1767 verwoesten de Birmezen de stad, iets wat de Thai hen nog steeds kwalijk nemen. De vele ruïnes van oude tempels staan nu tussen de moderne gebouwen van Ayutthaya in. We zijn 2 oude en 1 moderne tempel gaan bekijken.
Allereerst Wat Chai Watthanaram. Bij deze tempel was duidelijk te zien hoe de Birmezen alle Boeddhabeelden hadden onthoofd. De tempel was vroeger het paleis van de koning. De koning is echter uit Ayutthaya vertrokken nadat Birmezen de stad bleven aanvallen. Zittend op een muurtje bij deze tempel hebben we met stokjes een pittige lunch genuttigd genaamd Thai Pad en als toetje een Thaise sinaasappel die wij mandarijn noemen. Na de lunch konden we op ons gemak de Wat verkennen, terwijl Anne verder uitleg gaf. Ed en enkele anderen beklommen de hoge centrale maisvormige 'prang'. De afdaling over de steile trap was echter heel wat beangstigender.
De tweede tempel was Wat Mahathat, een van de grootste wats van Ayutthaya. De 1e koning van Sukhothai heeft deze opgericht. Er staat een boom waarin onder in de boomstam een hoofd van een Boeddhabeeld vergroeid is.

De laatste tempel was geen toeristische atractie. Maxx vertelde dat hij bij elk bezoek met een groep aan Ayutthaya een willekeurige tempel uitkoos om te bezoeken. De eerste twee tempels waren ruïnes maar deze tempel, Wat Padoe, was recent. Er was een eenvoudige ceremoniezaal (wihan) die een monnik voor ons opende. In deze tempel worden o.a. nieuwe monniken ingewijd. De jongen die ingewijd wordt tot monnik houdt een schild voor zijn hoofd waarop zijn naam en die van zijn ouders staat. Hij moet het schild voor zijn hoofd houden omdat een nog niet ingewijde monnik niet naar een ingewijde monnik mag kijken. Monniken zijn pas gelijk op het moment dat ze zijn ingewijd. Monniken geven gelukstouwtjes weg, het is gewoon een wit draadje wat ze om je pols binden, dat was ook in de zaal te zien. Thai geven giften aan de monniken voor geluk, zo waren er b.v. kaarsen te zien die waren geschonken. Hoe groter de gift hoe meer geluk. Als men Boedha gaat vereren gebruiken ze 3 producten: 3 stokjes wierook, waarvan 1 voor Boeddha is, 1 voor de leer van Boeddha (Dhamma) en 1 voor de monnikenorde van Boeddha (Sangha, niet te verwarren met Singha). Verder hebben ze een kaarsje en bloemen bij zich.
In de tempels zie je dat een monnik altijd hoger zit dan het volk. De monnik staat hierarchisch zelfs boven de koning. Een monnik wil verlichting bereiken en volgt daarvoor 227 regels. Een daarvan is dat hij geen mag vrouw aanraken, doet hij dit wel dan zal hij opnieuw moeten reïncarneren en dus niet de verlichting (nirvana) bereiken. Op de gronden van de Wat was ook een crematiezaal te zien. Er omheen staan zuilen waarin de urnen van overledenen worden bewaard, zogenaamde chedi's. Dergelijke chedi's kom je in enorme omvang ook tegen bij grote tempels, maar dan bevatten ze normaal relikwieën van Boeddha, belangrijke monniken of koningen.
Bij de tempel troffen we ook erg veel honden aan. Anne vertelde dat er altijd veel honden rondlopen bij wats. Mensen die een hond niet meer konden of wilden verzorgen brengen hun hond namelijk niet naar een asiel maar naar een wat. Ze weten namelijk dat de monniken de honden zullen verzorgen. De monniken krijgen daarvoor weer eten van de gemeenschap.

We vervolgden onze reis naar hotel Khao Yai Farmhouse, gelegen nabij het Khao Yai National Park. Onderweg stopten we nog bij een fruitmarkt waar Maxx fruit kocht voor na het eten. Ook wipten we even binnen bij een grote supermarkt (Tesco). Het hotel bestaat uit kleine huisjes, gebouwd rondom een zwembad en restaurant. Omdat we hier twee nachten zouden blijven was hier gelegenheid om de was te doen. We kregen 's avonds een keer geen rijst of noodles maar BBQ en friet en rauwkost. Opmerkelijk zijn de kleine hagedissen die over het plafond lopen. Het zijn nek kleine Gekko's.

26 november: National Park Khao Yai & Loy Krathong

Om 7:30 werden we gewekt. We gaan met een legertruck-achtige vervoermiddel op weg naar National Park Khao Yai voor een wandeling van 5 kilometer door de jungle. Omdat het gisterenavond even geregend had moesten we rekening houden met bloedzuigers. We kregen speciaal gewoven sokken om over onze eigen sokken en broek te doen. Hier konden de bloedzuigers niet doorheen. Het was een pittig tochtje met enge boomstammetjes boven riviertjes. Maar het was uiteindelijk allemaal wel goed te doen. We zagen vogels, een eekhoorn, grote mieren en bloedzuigers maar niemand had er een op zijn huid. In het National Park leefden nog 15 tijgers, maar die waren al een hele tijd niet gezien. We zagen wel sporen van een beer die een boom in was geklommen en van een wild zwijn die de aarde had omgewoeld. Er waren enorm hoge bomen, sommigen in elkaar gegroeid. Er was er een met hele lange en dikke wortels, die was 200 jaar oud. Er waren bomen waarvan de stam rook naar basilicum of tijgerbalsem. In een andere boom vond men een ingrediënt voor parfum.
Na 5 kilometer kwamen we uit bij een hoge uitkijktoren, Nong Pak Chi, waar we een vrij Nederlandse lunch kregen: broodjes, pindakaas, pasta, kaas, yoghurt, etc. Op de terugweg naar het hotel zagen we nog een paar Gibbonaapjes langs de weg. Daarna hebben we lekker uitgerust bij het huisje.

's Avonds zijn we achterin pick-up trucks naar een Loy Krathong festival gegaan. Het was een oncomfortabel en winderig ritje, maar leuk om eens gedaan te hebben. Het leek wel of er tientallen dorpjes waren leeggelopen. Er liepen wel 1500 Thai rond .... en 20 Hollanders. We werden dan ook goed bekeken. De Thai riepen allemaal vriendelijk gedag en lachten vriendelijk. Bij een groot podium hadden we een tafel en er was een band die voor ons idee een wel heel lang nummer speelde. Er veranderde namelijk weinig in de melodie. De zanger, drummer en danseressen worden om de drie nummers echter wel verwisseld.
We gingen eerst kijken bij het meer waar al wat Thai de zelfgemaakte krathongs te water lieten (zie uitleg 25 november). Naar gelang het aantal kaarsjes dat erop staan mag je een aantal wensen doen. Bij het podium staan allerlei kraampjes met eten en drinken. We eten noodles en sate. Met een aantal medereizigers gaan we even dansen bij het podium. Op 4 Thai na zijn we de enigen. Dat trekt bekijks en we worden dan ook door een Thai op film vastgelegd. Morgen komen we vast op de lokale TV. ;-)
We proberen de meiden op het podium na te doen met dansen. Erg hilarisch natuurlijk. Nadat we onze eigen krathongs hebben losgelaten gaan we uiteindelijk om elf uur terug naar het hotel. Een van de medereizigers, Rick, is eerder op de avond erg ziek geworden en is al naar het hotel teruggebracht. Bij het hotel hebben we nog een paar ballonnen van rijstpapier opgelaten door een in olie gedrenkte WC-rol welke eronder bevestigd is aan te steken. De ballonnen blijven wel een half uur in de lucht en we zien ze langzaam aan de hemel uit het zicht verdwijnen. Het is een mooi gezicht.

27 november: Phimai & Khon Kaen

Om 8:00 uur vertrekken we met de bus richting de studentenstad Khon Kaen. Onderweg stoppen we in Dian Kwian, een leuk authentiek pottenbakkersdorpje. We bekijken het hele proces van klei tot pot. Ze maken echte kunstwerkjes. Bij de Intratuin ziet het er allemaal heel simpel uit die potten, maar dat is het zeker niet. Ze verdienen hier maar 300 baht (6 euro) met een hele dag werken aan tientallen potten en wij kopen ze in Nederland voor 40-50 euro. Natuurlijk heb ik er een gekocht, Ed heeft een leuk vogelhuisje gekocht. Een stel uit de groep, Gert-Jan en Suzanne, heeft wel drie enorme potten gekocht voor weinig geld.

We gaan verder naar Phimai. Phimai, de naam van het plaatsje, betekent nieuwjaar. Allereerst bezoeken we de levensboom van het SaiNgam park. Dit blijkt een enorm park dat geheel gegroeid is uit één enkele boom. De takken hangen als een dak boven je hoofd en bij de ingang worden vissen in zakjes en vogeltjes in kooitjes verkocht. Boeddhisten laten die dan vrij om zo vrijheid terug te geven aan het leven en daarmee hun eigen voorspoed - goede Karma - te verkrijgen. Ed kocht een kooitje met twee vogeltjes, die we op een open plek in het park hebben losgelaten. Vervolgens hebben de speciale Thai Pad uit Phimai gegeten. Erg lekker en minder pittig dan die uit Ayuttaya.
We gaan verder naar de Prasat Hin Phimai. Het is een tempel die nog voor de Thaise geschiedenis in de 11e of 12e eeuw voor Christus is gebouwd door de Khmer uit Cambodja. Het zijn hoofdzakelijk nog brokstukken die er staan, hoewel het centrale gebouw, de Prasat, deels gerestaureerd is. In de Prasat staat een replica van het oorspronkelijke Boeddhabeeld dat beschermd wordt door een veelkoppige Naga (slang). De stijl van deze Khmer tempel is heel anders dan die wat in Bangkok, maar er is duidelijk te zien aan de maisvormige prang dat deze bouwstijl die van Ayutthaya sterk heeft beïnvloed.

Na deze tempel bezocht te hebben rijden we door naar studentenstad Khon Kaen. Een deel van de groep heeft hier een drukpuntmassage genomen terwijl wij het eerste deel van het logboek typten en verstuurden over Internet. We namen de tuk-tuk naar de massagezaal. Hoewel we het adres in Thais hadden laten opschrijven had de chauffeur wel vier andere Thai nodig om het adres te vinden. Uiteindelijk blijken we recht voor de deur te staan. Met een gedeelte van de groep zijn we gaan eten. Er is geen Singha bier in het restaurant, dus de heren moeten het alternatief, Chang, gaan drinken. Maar de mannen zijn zo overstag na het zien van het Chang promotiemeisje. Vraag maar naar de foto. ;-) Er ontstaan zelfs plannen voor een splintergroepering die zich zal afscheiden van de Singha club en voor een vijandige Chang-coupe. Jammergenoeg zijn er nergens Chang T-shirts te krijgen. En na de enorme katers die de heren de volgende dag moeten trotseren verdwijnen alle Chang-plannen als sneeuw voor de zon.

Maxx heeft ons aangeraden eens een disco te bezoeken. Bij het Sofitel zit Club Underground. Er is een live band en ook hier wisselen muzikanten elkaar af. Er is nog niet veel volk. Er is ook geen echte dansvloer. Overal staan tafeltjes, stoeltjes en banken. Je hebt dus meer het gevoel in een nachtclub te zitten. De band zingt en speelt helemaal niet slecht. Ze spelen zowel Thaise als Engelse nummers, waaronder This Love van Maroon 5. Die laatsten zingen we natuurlijk luidkeels mee. Op een gegeven moment begint het podium te draaien en verschijnt een oud bestelbusje waar het dak uit is gezaagd. In het busje staan twee DJs die beginnen met een aangepaste versie van We Will Rock You terwijl danseresjes op de podia voor en naast de bestelwagen verschijnen. Ed en Tuk (een tukker die eigenlijk Reindert heet) dreunden keihard mee op de tafels. Dit was echt een leuke avond om mee te maken. Met de tuk-tuk weer terug naar het hotel en slapen.

28 november: Zijdeproductie en Khao Kho

Vandaag was een behoorlijke reisdag waarop we veel in de bus hebben gezeten. We rijden naar Khao Kho in het Thung Salaeng Luang National Park. We komen langzaam steeds noordelijker in Thailand. Onderweg stoppen we in een klein dorpje waar ze saffieren slijpen en zijde maken. Omdat het zondag is zijn niet veel mensen aan het werk. De meeste mensen zitten bij een tentje waar omgeroepen wordt wat elke familie gedoneerd heeft voor de crematie van een dorpgenoot. Deze vorm van sociaal-financiële controle komt veel voor in Thailand.
In het dorpje konden we kijken hoe er zijde wordt gemaakt. We worden vriendelijk welkom geheten door de vrouw des huizes. Vrouwtjes zijdevlinders leggen eitjes. Zodra deze uitkomen worden de larven gevoed met bladeren van de moerbei, tot ze na een maand op volle grootte zijn gegroeid. Hierbij worden ze in afgedekte manden bewaard. Dan spinnen de rupsen zich in cocons die opnieuw in grote ronde manden worden bewaard. Net voor ze uitkomen worden ze in bijna kokend water gelegd waardoor de zijde loslaat van de cocon. Een stuk of vier draden worden daarbij over een spoel getrokken en opgevangen. Deze ruwe draden worden dan chemisch behandeld om ze zachter te maken en geverfd. Vervolgens gaat de vrouw des huizes ermee aan de slag en weeft er kleden met mooie patronen van. De gekookte rupsen worden door de familie als delicatesse opgepeuzeld. We mochten ook proeven maar niemand durfde het aan. We krijgen wel allemaal een klein klosje zijdedraad en een lege cocon mee. Hoewel leeg ... toen Ed in zijn cocon kneep bleek er nog een dode rups in te zitten. Het heeft lang geduurd voor hij de stank van de vrijkomende vloeistof van zijn vingers heeft gekregen. Ik heb zelf zijde gesponnen en dat ging vrij makkelijk.

De vrouw des huizes loopt helemaal met ons terug naar de bus terwijl ze ze hand van gids Anne vasthoudt. Het lijkt alsof ze elkaar al jaren kenden maar ze hebben elkaar pas een kwartier geleden ontmoet. Ook dacht ze Ed te herkennen als reisleider die al eerder in het dorp was geweest en vroeg ze of we al getrouwd waren. "No, no. Girlfriend", zegt Ed, en ze wenst ons veel geluk voor de toekomst.
Na het dorp rijden we weer een stuk tot we in een dorpje stoppen voor de lunch. Er is een markt waar we wat gaan rondneuzen. We kopen er koekjes om rond te delen in de bus, en voor onszelf kleine ronde oliebolachtige koekjes. Ze smaken prima ! Tijdens de lunch deelt Maxx gekleurde eieren uit. Eerst dachten we dat Pasen wel erg vroeg viel in Thailand maar toen vertelde Maxx dat het eieren waren die 30 dagen in modder worden begraven. Ed pelde er eentje open en het bleek pikzwart te zijn. Hoewel hij helemaal niet van gekookte eieren houdt heeft hij toch een half ei geproefd. De smaak was erg sterk maar het was niet echt smerig. Na de lunch rijden we door.
Onderweg stoppen we nog even bij een rijstveld. Thai waren de rijst aan het oogsten. Ze zijn helemaal bedekt met kleding en hoedjes omdat ze niet bruiner willen worden. Het is hier nog zo dat hoe blanker je bent (omdat je op kantoor werkt), hoe rijker je zult zijn. Je hoeft dan namelijk niet op het land te werken.
Verder naar het Rai Issara Resort in Khao Kho. We hebben allemaal een klein bamboehuisje ter beschikking dat vreemd genoeg is gebouwd als een wild western 'wagon'. Ze hebben ook een typisch Thais toilet: een gat in de grond met een heel laag opstapje voor je voeten/schoenen welke lijkt op een lage toiletpot. Doorspoelen doe je met een bakje water en als je geen geluk hebt is er geen toiletpapier en moet je daar hetzelfde bakje water maar voor gebruiken. Veel meer dan twee bedden passen er niet in de enige andere kamer van het huisje. En het uitzicht op een huifkarrenkamp waar ook in overnacht kan worden is bijzonder komisch. De omgeving is prachtig. Bergen, bomen en mooie natuur. Er zijn zelfs twee jonge beertjes bij het resort. Eigenlijk wel zielig om ze opgesloten te zien in een kooi.
Voor het eten ontdekken de Singha Boys een Karoake set in het restaurant. Vele klassiekers passeren de revue en Ed doet zelfs zijn impressie van Louis Armstrong met Wonderful World. Het zal niet de laatste keer zijn tijdens de reis. Het gezang is door het hele resort te horen. Na het gezamelijke eten verplaatst de groep zich naar een kampvuur bij de huifkarren. De bedienden zorgen voor koele drankjes terwijl de Singha Boys hun instrumenten die onderweg gekocht zijn tevoorschijn halen en een poging doen om de groep te vermaken met nog meer klassiekers als Dust in the Wind, Let it Be, Lola en Ed en Rick's duet van Comfortably Numb. Nog niet helemaal vlekkeloos maar het begin is er en er wordt zelfs al gesproken over een 'bonte avond' aan het einde van de rondreis.

Om tien uur ging iedereen, loom van het staren naar het vuur, terug naar bed. We bleken bij 'thuiskomst' een bezoeker op de douche te hebben. Een grote kakkerlak. Hij lag gelukkig al half versuft op zijn rug van de insectenspray. Ed schoof hem op een papiertje en spoelde hem snel door de WC.

Wat het eten en drinken betreft gaat alles trouwens best goed. Ik heb soms moeite met de pittige gerechten, maar Ed eet bijna alles op. Ik heb geen last van diarree of zo, maar Ed heeft al wel drie dagen last van zijn maag en darmen. Na een hevige nachtelijke diarree-aanval gaat het nu gelukkig al weer een stuk beter. Hij is tijdens het Loy Krathong festival trouwens ook lek gestoken door de muggen. Ondanks de muggenmelk en lange mouwen hebben ze recht door zijn shirt gestoken. Zeker 20-30 muggenbulten. Ik heb nergens last van, ondans mijn korte mouwen. De temperatuur is goed, gemiddeld 25-30 graden, hoewel het tijdens zonnige dagen flink heet kan worden buiten de schaduw. En de Thai noemen dit koud ....

29 november: Phitsanuloke en Nieuw Sukothai

Vandaag mochten we 'uitslapen' tot 8:00 uur. We hebben op ons gemak ontbeten. We gaan vandaag op weg naar Sukothai. Onderweg stopten we in Phitsanuloke waar in de tempel Wat Yai het op een na meest aanbeden Boeddha beeld van Thailand te vinden is: de Phra Buddha Chinarat. Dit beeld is omringd met een stralenkrans. In dergelijke tempels laten de Thai zich hun toekomst voorspellen. Ze hebben ongeveer 25 stokjes met cijfertjes erop in een ronde koker zitten. Die schudden ze heen en weer tot er een uitvalt. Het cijfer op het stokje wat er uitvalt verwijst naar een briefje dat elders in de tempel opgehaald kan worden. Daarop staat de voorspelling voor die dag of periode. Ook wij hebben onze toekomst laten voorspellen. Ik had nummer 6, wat betekende dat ik gevoelig was, 'wie goed doet goed ontmoet', ik niet zo moest piekeren en als ik ziek zou worden zou het snel over zijn. Ed had nummer 3, welke minder rooskleurig was. Er kwamen slechte tijden tegemoet en de problemen zouden komen door een vrouw. ;-) Hij kon deze voorspelling afkopen door 'veel te doneren'. En als je van dergelijk slecht geluk afwilde moest je het briefje zien kwijt te raken. Ed legde het briefje daarom terug bij een Boedhabeeld en hoopte dat zijn Krathong en het vrijlaten van de vogeltjes voor voldoende geluk zou zorgen. Later die dag stoot hij echter zijn hoofd, valt bijna in het zwembad en glijdt uit van een trapje. ;-) Nu nog de problemen met 'een vrouw'. [Die kwamen overigens ook: Lisette besloot een week later in Chiang Mai een punt achter onze relatie te zetten. - Ed]

Na het bezoek aan de tempel bezochten we een groot winkelcentrum, een soort V&D maar dan op z'n Thais. Ed kocht er 3 DVDs voor 9 euro en ik zag Allstar schoenen die je in Nederland voor 50-60 euro koopt hier voor 20 euro staan. Helaas pasten ze niet. Misschien heb ik in Chiang Mai meer geluk. We kozen niet voor de PizzaHut en KFC in het winkelcentrum maar aten in een Thai/Amerikaans restaurant (ik een sandwich en Ed noodles) en gingen daarna verder naar Sukothai.
Onderweg stopte we nog even bij een grote rijstmolen. De machine die er stond werkte volgens hetzelfde principe als de kleine versie die we eerder hadden gezien in het dorpje waar ze zijde maakten. Dit was echter een enorm gevaarte dat werkte op stoom. En net als in Nederland hangt ook hier het werkvolk kalenders met schaars geklede dames op. ;-)

Aangekomen in het hotel in Sukothai zijn we direct het zwembad in gedoken om het stof, vuil, muggenmelk, zweet en zonnebrandolie van ons af te spoelen, waarna we in het Internet cafe verderop verder werkten aan ons dagboek. Daarna gingen we op zoek naar een restaurant. We kwamen Gert-Jan en Suzanne tegen en besloten samen te gaan eten, we kwamen terecht bij Dream cafe. Heerlijk gegeten. Ed had een fried ice cream (erg bijzonder: ijs in een gefrituurd omhulsel). Terug naar het hotel gegaan en daar de bar in gedoken. Om de beurt kwamen er zangeresjes en een zanger zingen. De zanger leek volgens mij op Piet Veerman en was volgens Ed de plaatselijke Theo the King. Als je vond dat een van de meisjes goed kon zingen dan kon je een slinger of bloem voor ze kopen en aan ze geven. De helft van de opbrengst van die dingen ging dan naar het hotel en de andere helft naar de zangeres. Als je 100 Bath gaf dan kwamen ze bij je aan tafel zitten, zonder bijbedoelingen. Een chauffeur van een ander reisgezelschap had dat gedaan, dat was een derde van zijn dagloon. Thai doen helemaal niet moeilijk over geld, ze betalen gerust 10 Bath meer als het bij het naast gelegen kraampje goedkoper is omdat ze gewoon bij het 1e de beste kraampje iets gaan kopen.
Maxx bestelde voor ons een schaal met hapjes, dit is gebruikelijk in Thailand. Thai eten n.l. wel 6 tot 7 keer per dag als ze honger hebben, ze eten dan wel kleine porties. Wij eten 3 keer per dag heel veel. Ik ging om 23:30 naar bed. Ed bleef nog zitten met een aantal medereizigers. Ze hadden er nog een heel leuk feestje van gemaakt tot 01:00. Ed heeft zelfs met Mr. Jack (Theo the King) drie Elvis nummers staan zingen. Anderen uit de groep die normaal wat stiller zijn kwamen blijkbaar ook los. Er worden al plannen gemaakt om morgen weer 'op te treden'.

30 november: Sukothai Historical Park

Met een soort Tuk Tuk's gingen we vandaag op weg naar Sukothai Historical Park. De Tuk Tuk van vandaag zag er wat anders uit dan de eerdere. Deze hadden n.l. niet de passagiersbak aan de achterkant maar voorop. Er konden ook 4 mensen in. Het leek nog het meest op een gemotoriseerde bakfiets met dakje erop. We reden via allerlei wijkjes naar Oud Sukothai. Onderweg stopten we bij een tempel - Wat Chang Lom. Dit is de eerste chedi (belvormig bouwsel met relikwieën) in Srilankaanse stijl. Rond de chedi stonden stenen olifanten. Tenminste wat ervan was gerestaureerd. Ook hier hadden Birmese soldaten in het verleden namelijk huisgehouden en alle slurven van de olifanten geslagen. Wilde je geluk dan moest je 3 keer met de klok mee rond de chedi lopen.
De volgende stop was Sukothai Historical Park. We hebben daar fietsen gehuurd en zijn het park fietsend gaan verkennen. De fietsen zijn ingesteld op Thai dus erg laag. Maar we konden ons redden.
De officiële Thaise geschiedenis begint met Sukothai, dat het Kmher rijk (9e-13e eeuw) opvolgde. In die tijd werd Thailand nog Siam genoemd en het Theravada Boeddhisme kreeg een nieuw gezicht in het koningkrijk van Sukhothai. Te midden van heilige Khmer ruïnes bouwde de koning tempelhallen voor Boeddhabeelden en ook werden voor het eerst de chedi's toegevoegd, klokvormig of met lotusknopvormige toppen. Na Phimai, Bangkok en Ayutthaya gezien te hebben vielen met Sukhothai de puzzelstukjes van de Thaise geschiedenis langzaam op hun plaats.

Op de fiets verkenden we een aantal van de 40 aanwezige tempelcomplexen. Wat Mahathat, het grootste complex, was het spirituele centrum van het Sukhothai rijk. Er staan chedi's met aan de top een lotusknop. En natuurlijk staan er verschillende Boedhabeelden, waaronder twee enorme staande Phra Attharot beelden.
In Wat Si Sawai is goed te zien wat de voorlopers en invloeden van het Sukothai rijk waren; er zijn prangs in Khmer stijl te zien, evenals afbeeldingen van de hindoeïstische god Vishanu.
Ramkhamhaeng monument - een standbeeld van koning Ramkhamhaeng. Hij heeft het Thaise schrift bedacht. Vlakbij dit standbeeld kon je ook de toekomst laten voorspellen, alleen nu niet met stokjes maar met balletjes. Ed wilde toch nog een poging wagen en hoopte op meer geluk. En dit keer was het beter - al zijn plannen komen uit en zijn soulmate zal hem daarbij helpen, en als hij zwanger zou zijn dan werd het een jongetje. Dat is nog zo'n 4 maanden afwachten dan ;-)
Wat Sa Si - hier zijn we met een stel medereizigers op de foto gegaan.
Wat Si Chum was even zoeken maar zeer de moeite waard. Hier was een enorm zittend Boedhabeeld (Phra Ajana) met een hand naar beneden gericht te vinden. Hij zat in een mondop, een soort tempel. De basis van het beeld was ruim 11 meter breed. Ed, Gert-Jan en Tuk gingen in dezelfde positie voor het beeld zitten. Een leuke foto! Ik was 'illegaal' binnen, ik was ervan uit gegaan dat Ed voor mij had betaald, maar dat bleek door een misverstand niet zo te zijn. Op de terugweg maar even nog gaan betalen.

De fietsen weer terug gebracht en met een songteaw (klein vrachtwagenbusje) zijn we terug naar het hotel gereden waar we de rest van de middag bij het zwembad vertoefden.
Met Gert-Jan, Suzanne en Rick zijn we 's avonds gaan eten en even over een avondmarktje gelopen. Die kom je trouwens in elke stad tegen. Na het eten in het Dream Café, waar de heren ook een sterk kruidendrankje kozen uit een lijst van 10 'formula's' gingen we terug naar het hotel om nog wat te drinken. Het werd een dolle boel met z'n allen. Ed, Tuk en Rick gaven een mini-concert weg (All By Myself, Wonderful World, Comfortably Numb) en ook de anderen lieten van zich horen. Ook moest Ed opnieuw een aantal Elvis nummers zingen na aandringen van 'Mr. Jack'. De zoon van de eigenaar van de lokale touroperater was jarig. Dat werd heftig gevierd. Maxx bleef de vertrektijd van de bus voor de volgende morgen maar uitstellen zodat het uiteindelijk 01:45 was toen we naar bed gingen.

1 december: Op weg naar Chiang Mai

Vanmorgen zijn we om 9:00 uur vertrokken naar Chiang Mai. Na 2 uur in de bus te hebben gezeten stopten we even voor een vers gemalen (!) kop koffie en een plaspauze. Ed heeft weer last van diarree, die rende dus meteen naar de WC toe. Hij was gelukkig op tijd. Na deze stop gingen we weer op weg. In de bus vroeg Maxx aan iedereen wat ze de komende dagen wilden gaan doen. Er is namelijk een trekking over 1,5 dag. Ed en ik blijven in Chiang Mai en doen dagexcursies en gaan gewoon wat luieren en rondneuzen. Gezien het vele uren lopen door de jungle en de oncomfortabele bedden lijkt ons de trekking iets te uitputtend. De meesten in de groep gaan een tweedaagse trekking doen en een enkeling de zware driedaagse trekking. Nog even gestopt voor de lunch. We namen een noodlesoep met raar uitziende ballen erin. Er werd al gespeculeerd dat het de ballen van een beest waren of dat de kok zich recentelijk had laten 'helpen' . ;-) Maar de soep smaakte er niet minder om.
Nog anderhalf uur op weg naar Chiang Mai. Onderweg stopten we nog even bij een locatie langs de snelweg waar honderden geestenhuisjes stonden. Deze kleine houten tempeltjes op palen die het midden houden tussen poppenhuisjes en vogelhuisjes bieden 'onderdak' aan geesten van overledenen. Op de betreffende snelweg waren in het verleden erg veel dodelijke ongelukken gebeurd en daarom was er een plek ingericht voor de geestenhuisjes, plus een klein tempeltje. Schijnbaar zijn er sindsdien minder ongelukken gebeurd. Automobilisten toeteren als ze langs de plek rijden en sommige mensen stoppen zelfs om eten, drinken of beeldjes en bloemen in de huisjes te leggen. Ook wordt er vuurwerk afgestoken. Dat alles om de geesten te eren. Ook wij konden niet achterblijven en staken twee duizendklappers af.

Na aankomst in het hotel in Chiang Mai werd er afscheid genomen van Anne, Peggy en chauffeur Mai Wat. Ze gaan met de bus terug naar Bangkok. In de bus was een envelop doorgegeven voor extra fooi. Er kan voor hen goed een maandsalaris in Bath zijn opgehaald. De chauffeur verdient bijvoorbeeld maar 300 Bath (6 euro) per dag. Na het afscheid nemen gingen we meteen samen met Tuk naar de kleermaker. Je kunt hier tegen relatief goedkope prijzen een compleet pak op maat laten maken. Ed heeft zich een kasjmierwollen pak laten aanmeten. Er werd flink onderhandeld over de prijs maar uiteindelijk kwamen hij en de bediende uit op een bedrag van 400 euro voor een colbert, vest en twee pantalons. De maten werden opgenomen en morgen komen ze nog napassen in het hotel. Later wordt er nog eens bijgesteld.
Terug in het hotel hebben we de koffers uitgepakt; we blijven hier immers een kleine week. De vuile was hebben we ingeleverd bij de wasservice. Wat een luxe dat je zelf niet de was hoeft te doen ! ;-)
Weer een gedeelte van het logboek verstuurd. De verbinding was erg traag. Volgende keer een beter internetcafe zoeken. Vervolgens zijn we naar de grote Night Bazaar gegaan met z'n tweetjes. Weer eens wat anders dan met de hele groep. We hebben lekker even geshopt en zijn een hapje gaan eten. We hebben allebei een t-shirt gekocht met de tekst 'same same' erop. Bij Ed staat op de achterkant nog 'but different'. Dat is een kreet die veel Thai hier gebruiken. In het hotel hebben we nog wat gedronken met wat mensen van de groep. Ik kwam er toen achter dat ik mijn zonnebril kwijt was. Bij een kraampje laten liggen. Wel balen. Morgen maar snel een nieuwe kopen. De was is ondertussen klaar en ligt weer in de kast.

2 december: Maesa Elephant Camp, Doi Sutep,Bo Sang

We verblijven nu vijf dagen in Chiang Mai omdat vanuit hier de trekking plaatsvindt. Vandaag hadden we nog een gezamenlijk uitstapje. Eerst gingen we op weg naar Maesa Elephant Camp, daar werd een olifantenshow gegeven. Je kon voor de show de olifanten bananen voeren, natuurlijk heb ik dat ook gedaan. We zagen ook dat de olifanten werden gewassen. Ze gingen rustig in het water liggen en lieten zich schrobben. Onderwijl lieten ze hun poepert goed open staan, er stonden Thai met manden de drollen op te vangen. Echte drollenvangers dus. ;-)
De show was erg leuk. De olifanten speelden mondharmonica, ze maakten een dansje, gingen voetballen, tilden boomstammen op, schilderden met in hun slurf een kwast geklemd, ze gingen slalommen en zetten hoedjes bij hun begeleiders op. We hebben ontzettend gelachen. Na de show mochten we ze voeren en gingen de olifanten bij ons hoedjes opzetten en ons omhelzen met hun slurf. Marian kreeg zelfs een slurfnekmassage. Je kon de olifant een kleine geldtip in zijn slurf stoppen en die gaf hij dan aan de begeleider.

Na de show gingen we lunchen. Ed had weer een kat ontdekt (bij elk restaurant lopen wel katten en honden rond). Dit was een David Bowie kat met een blauw en groen oog. Ed heeft een Thaise delicatesse op: gefrituurde bamboerupsen. Brrrrrrrr, ik hoefde niet. Overigens was volgens Ed van de smaak weinig te merken. Het waren net frietjes die te lang in het frietvet hadden gelegen.
Doi Sutep, een van de hoge bergen aan de rand van Chiang Mai, was de volgende bestemming. De tempel van Doi Suthep (Wat Doi Suthep) is bovenop deze berg gebouwd, uitkijkend over Chiang Mai. Volgens de legende is deze locatie gekozen door een olifant die een relikwie van Boeddha op zijn rug droeg. Na aankomst en vrijlating van de olifant viel hij dood neer van uitputting. De tempel bevat o.a. een monument voor de olifant, lange rijen bellen en een grote hoekige chedi met 4 parasols er omheen. Er is een trap met 304 treden waarvan de relingen gevormd worden door naga's (slangen) die naar de tempel leiden. Gelukkig konden we ook omhoog met een kabelbaan.

Ik zelf heb niet veel van de tempel gezien omdat ik misselijk was van de busrit. Op de terugweg voorin het busje gezeten, dat ging veel beter. Naar de grootste juwelierszaak ter wereld (volgens de Thai) geweest. Hier slijpen ze smaragd, saffier, peridoot, zirkoon en robijn. Eerst een introductiefilmpje gezien, in het Nederlands (nou ja, Limburgs) gesproken. Toen de werkplaats en de juwelierszaak gezien. Iedereen kreeg een persoonlijk verkoopster bij zich zodra je maar 3 sec. bij een vitrine stond te kijken. Heel erg plakkerig vond ik het. Ik heb niks gekocht. Als laatste een bamboeparaplu winkel bezocht in Bo Sang.
Ed ging nog een keer zijn pak laten meten bij aankomst in het hotel. Ondertussen ging ik onder de douche. Toen ik klaar was en in mijn ondergoed de bodylotion uit mijn koffer wilde gaan pakken kwam ineens een bediende van het hotel binnen gelopen. Het meisje had helemaal niet geklopt. Ik schrok me kapot. Ze bleek het lampje te komen vervangen van het nachtkastlampje. Ik heb in de douche staan wachten tot ze weg was. Maxx had al gezegd dat dit een slecht hotel was en dat blijkt aan de lopende band. Ook met andere dingen, waar ik jullie niet mee zal vermoeien. Na dit rare voorval de Night Market opgegaan en gaan eten met de Singhaclub (Jeroen, Karen, Gert-Jan, Susan, Tuk, Rick, Ed & Ik) bij een Duitse eettent. Gekker kan het niet worden: Thaise serveersters in Duitse kleding en schnitzel op het menu. Na het eten lekker gaan slapen.

3 december: 1 daagse trekking

Vandaag wordt de groep opgesplitst. Een groep gaat twee dagen op trekking en de andere groep drie dagen. Wij blijven met Nicolien en Mirjam in Chiang Mai. Omdat het ontbijt in het hotel niet lekker is gingen we elders ontbijten. Het was heerlijk en een leuke tent, waarschijnlijk zien we deze zaak vaker. Toen we terugkwamen bij het hotel bleek ons busje voor onze een-dagstrekking er al een half uur te zijn. Maxx had de verkeerde tijd aan ons doorgegeven. Snel onze spullen gepakt en op weg naar een olifantenkamp. We hadden een gemengd groepje: twee Japanners, twee Spanjaarden en ons Nederlands clubje van vier.
Allereerst zijn we gaan olifantrijden. Onze olifant heette Christine en was 35 jaar. Het was echt ontzettend leuk. Af en toe wat hobbelig en toen mevrouw wat mals gras in de berm zag belandden wij tussen de takken van een boom. Het was een hele leuke ervaring. Daarna gingen we lunchen. Jammergenoeg, voor Ed, was het een vegetarische lunch.

Na de lunch gingen we wandelen (30 min), we zagen Teakhoutenbomen, een akelige spin, slangen etc. We kwamen uit bij een Mongh dorp, dat is een bergvolk in Thailand. Ze komen oorspronkelijk uit China en Tibet maar zijn net als de meeste andere bergstammen gevlucht naar Thailand. Mannen hebben er vier vrouwen en werken niet. Ook zijn ze niet erg geliefd bij de Thai omdat ze gesubsidieerd worden door de overheid om te integreren en van opiumplantages over te gaan op normale landbouw, terwijl een hoop andere arme Thai geen stuiver krijgen. Ze aanbidden bosgeesten en het is verdomd goed uitkijken want je kunt ze gauw beledigen, b.v. door tegen een heilige boom te plassen.
Hierna weer een wandelingetje van 30 min. naar de Maewang waterval. Hier konden we even het water in. Ik vond het te koud en ging alleen met mijn benen in het water. Ed dook er wel in. Nou ja, duiken ... dat kon niet echt omdat er verradelijke rotsen onder water lagen. Het was een hele leuke omgeving.
Via een rijstveld zijn we later doorgelopen naar het dorp van de Karen. Deze stam komt oorspronkelijk uit Birma. Ze weven kleden, sjaals etc. De vrouwen van dit dorp eten bepaald soort bladeren, tamarindevezels en noten om hun tanden zwart te laten worden. Dat vinden ze mooi en is traditie. Overigens, je kunt hier beter geen 'mooi' zeggen; het betekent in Thais schaamhaar. Ed kocht van een van de Karen vrouwen een mooi ... correctie ... prachtig blauw tafelkleed met olifantenmotief voor slechts 8 euro.

Tenslotte gingen we op een bamboevlot raften. Allemaal in badkleding op een raft en Thaise mannen duwde ons voort. Het water wat soms omhoog spatte was behoorlijk koud. De Thaise mannen spetterde af en toe expres met de roeispaan. Mooie vlinders en vogels gezien onderweg. Na 1 uur waren we bij het eindpunt. De Thaise man die onze raft stuurde zei dat we onze reisgids (Kai) in het water moesten gooien, hij had bij voorbaat al pret. We hebben het maar niet gedaan, we moesten immers nog terug naar Chiang Mai. In het hotel een warme douche genomen. Ik had het koud gekregen van de raft en de airconditioning in de bus. Vanavond wordt een rustig avondje zonder de groep.
Ed is zich overigens flink aan het verdiepen in Boeddhisme. We zijn beiden zeer gecharmeerd van deze levenswijze, die eigenlijk geen religie is maar meer een filosofie. Boeddhisten aanbidden geen god(en) maar eren Boeddha, een historisch figuur, en zijn leer. Net als vele andere westerlingen zijn we tot de ontdekking gekomen dat onze persoonlijke visie op hoe je zou moeten leven wel erg veel lijkt op de Boeddhistische leefregels. Er schuilt dus al langer een Boedhist in ons ....

4 december: Shoppen en Massage in Chiang Mai

Vandaag lekker uitgeslapen tot 9:00 uur. Wat een ongekende luxe is dat. We zijn gaan ontbijten bij hetzelfde tentje waar we gisteren avondeten hebben genuttigd. Ik had twee bananen pancakes, een soort van American pancakes. Na eentje zat ik al vol. Ed had twee croissantjes en yoghurt plus mijn andere pancake. Met een Tuk Tuk zijn we naar Kad Suan Kaew gegaan. Dit is een enorme shopping mall in Amerikaanse stijl. Ik heb daar Converse All Star gympen gekocht voor slechts 15 euro. Daarna zijn we met een song-teaw naar de dagmarkt Wardrot Market gegaan. Allerlei groenten, vlees, vis en kledingkraampjes. De laatsten net als bij de Night Bazaar. Alles was echter een stuk minder toeristisch en duidelijk gericht op de lokale Thai. Je zag er dan ook bijna geen buitenlanders. Met een Riskja zijn we terug naar het hotel gegaan. De arme man moest in z`n eentje zo`n 170 kg vervoeren. Gelukkig had hij stevige kuiten.

Ik ging met de reisgenoten die waren teruggekomen van de tweedaagse trekking naar een Thaise massage. Het was heerlijk. Alleen bij mijn linkerbeen waren even een paar punten die wat pijnlijk waren. We werden twee uur gemasseerd. Iedereen was heerlijk ontspannen. Je moest over je ondergoed een zijden broek en linnen blouse aan. We lagen met z`n allen op een grote kamer.

Ed is intussen wat gaan rondstruinen. Hij kocht bij de grote boekwinkel waar we eerder geweest waren nog twee boekjes over het leven van de Boeddha en de Monniken, plus een leuk boekje over "Do's and Don'ts in Thailand". Daarna bezocht hij een internetcafe, zag een processie van muziekmakende Thai en wit geklede nonnen in Risksjas. Deze Boeddhistische processie wordt twee maal per maand gehouden; bij volle maan en nieuwe maan.
Bij de Wat Chedi Luang tempel in het oude deel van Chiang Mai liep hij een medewerker van de kleermaker tegen het lijf. Deze was net wezen bidden in de tempel. Ze maakten een praatje en Ed bezocht de tempel om rustig te kunnen lezen in zijn Boeddhistische literatuur. Achter de tempel goten Thai met een vreemd katrolsysteem (heilig ?) water over een oude chedi. Ook bij deze tempel liepen overigens vele honden rond.

Om 18.00 troffen we elkaar weer bij de kleermaker waar iedereen nog eens moest gaan passen. Ed zag er sjiek uit in zijn pak. Het was allemaal goed dus kon hij het meteen meenemen. Met een aantal reisgenoten zijn we daarna gaan eten bij het inmiddels vertrouwde stekkie van het Zest restaurant.

5 december: Longnecks

Om 6:30 ging de wekker af. We gaan vandaag namelijk naar het het longnecks bergvolk en dat is 3,5 uur rijden en weer 3,5 uur terug. Iedereen die meeging (Gert-Jan, Suzanne, Karin, Rick, Tuk, Ed en ik) zag er maar slaperig uit. We gingen eerst op weg naar een orchidee kwekerij met vlindertuin (Bai Orchid & Butterfly Farm). Onze daggids, Nancy, vertelde daar hoe orchideen gekweekt worden en we konden zelf in de kwekerij rondlopen en ook de vlinders en rupsen in de tuin bekijken. Ook konden we zien hoe van de bloemen broches en andere sieraden waren gemaakt. We hadden het al snel gezien, dus hup terug in de bus.
De volgende stop was een bedrijfje dat van olifantenpoep (jawel) papier maakt. Het hele proces werd uitgelegd. Ik was de enige die een gedroogde drol wilde vasthouden. Schijterds die anderen ;-) Eigenlijk zou de tour nog naar een uitkijkpunt over Chiang Mai gaan maar dat hebben we laten vallen. We zijn in plaats daarvan direct door naar de Chiang Doa caves gegaan, een soort gangenstelsel van druipsteengrotten dat tevens dienst doet als tempel, met natuurlijk het bijbehorende Boeddha beeld en de nodige legendes.
Omdat we het uitkijkpunt hadden laten schieten gingen we al vroeg lunchen en daarna op weg naar het langnekkendorp in Mea Hong Son. De betreffende stam, een onderdeel van het Karen volk, heet Paduang of Kayan. Rond vijf jaar krijgen de meisjes er koperen ringen om hun nek. In tegenstelling tot de algemene gedachte maken deze ringen de nek niet langer maar drukken de ruggewervels omlaag, waardoor de lange nekken ontstaan. Er zijn drie theorieen voor dit gebruik. A) om zich te beschermen tegen tijgers, B) meisjes die op woensdag bij volle maan geboren waren moesten de ringen dragen als een soort van 'uitverkorene', C) de Paduang denken af te stammen van draken en het maken van een lange nek is om hun 'herkomst' te eren. Het gebruik was al zo goed als uitgestorven, tot men ontdekte dat toeristen bereid waren geld te betalen om de longnecks te zien.

In het dorpje waren in principe drie stammen bij elkaar gezet. Het zijn allemaal vluchtelingen uit Birma en Zuid-China. Ze krijgen gratis onderwijs van de Thaise regering maar geen verblijfsvergunning, om te voorkomen dat er nog meer vluchtelingen Thailand intrekken. Er proberen namelijk nog steeds mensen de grens over te vluchten. De Thaise regering probeert dit tegen te houden. Ik heb een beeldje van een longneck vrouw gekocht, en een foto waarop te zien is hoe de meisjes de ringen (in feite grote spiralen) aangemeten krijgen. De ringen zijn daarbij overigens heet zodat men deze kan buigen. Volgens de meisjes doet dit wel pijn, maar zijn ze trots de ringen te mogen dragen.
Een andere stam die er woonden zijn de Akha. De vrouwen hebben een soort van buisjes in hun oren zitten. Ook deze vrouwen kauwen Betelnoot etc. om zwarte tanden te krijgen. Na dit bezoek zaten we 3,5 uur in de bus terug naar Chiang Mai. Iedereen was gaar.

's Avonds hebben we gegeten bij de Riverside Club, een zeer populaire tent die eigendom is van een Hollander. De Singha-club was in tenue. Ze hadden allen een T-shirt met Singha logo aan. Deze 'one size fits nobody' shirts zaten bij de meesten wel een beetje krap. Vol goede moed bestelden de heren een Singha. Maar helaas er werd geen alcohol geschonken omdat Koning Bhumibol jarig was. Even heerste er teleurstelling maar de heren waren niet voor een gat te vangen. Jeroen en Rick gingen naar de winkel en kochten 2 flessen whisky. Toen ze de fles wilden openen kwam de manager van het restaurant zeggen dat ze deze ook niet mochten nuttigen op last van de politiecontrole. De flessen werden ingenomen en zouden ze na het eten weer terug krijgen. Een droevige stemming daalde neer over de tafel. Toch wel lekker gegeten en via de Night Bazaar terug naar het hotel en slapen.

Overal in Thailand hangen overigens borden van de koning of de koningin. Het zijn enorme billboards. Ze vereren de koninklijke familie behoorlijk. Op de verjaardag van de koning zijn er miljoenen papieren gevouwen vogeltjes (zoals beschreven in Bangkok) losgelaten boven Zuid-Thailand als typische vreedzame reactie op de onrusten tussen moslims en de Thaise bevolking die Boeddhistisch zijn.

6 december: Fietstocht in Chiang Mai en nachttrein naar Bangkok

Vandaag zijn we gaan fietsen door Chiang Mai met een Belgische gids genaamd Etienne. Iedereen kreeg een mountainbike aangemeten door deze fietsofiel en een flitsend helmpje op. Ik was best wel benauwd om te gaan fietsen omdat ik nooit op een fiets met handremmen rij. De eerste 20 minuten waren dus best spannend. Maar daarna begon ik me wat te ontspannen. Ik had de hele rit wel behoorlijk krampachtig het stuur vast. Een keer ging het bijna mis toen een reisgenoot een flesje water liet vallen. Dat kon ik nog omzeilen maar toen besloot een andere reisgenoot om stil te gaan staan. Ik vergat mijn handrem en wilde de achteruittraprem gebruiken. Op het laatste moment ging het toch nog goed.
Onderweg hebben we van alles bekeken. O.a. een tempel waar Etienne met zijn familie heen gaat, niet vanwege de religie maar om opgenomen te worden in de gemeenschap. Hier legde hij ons uit dat een tempel als deze continue in aanbouw is. Zodra er weer geld beschikbaar is wordt er weer een gebouw bijgezet of wordt een bestaand gebouw vervangen of verder versierd met schilderingen, boetseerwerk, etc. Bijna alle gebouwen op de tempelgrond waren recentelijk gebouwd (in de laatste 10 jaar). Ooit heeft op dezelfde plek echter een andere tempel gestaan.

Vervolgens kwam de tocht langs een voormalige lepra kolonie; een rusthuis voor melaatsen dat afgescheiden was van de samenleving omdat men vroeger dacht dat lepra besmettelijk en erfelijk was. Het zag er netjes verzorgd uit en doet tegenwoordig dienst als resort voor bejaarden en als revalidatiecentrum. Na een korte stop voor een hapje (een lekker stukje bananencake) en een wat langere stop voor een lunch voerde de tocht door een deel van Chiang Mai waar nog niet zo lang geleden tientallen ruines van oude temples ontdekt zijn die in het verleden na een overstroming waren bedolven onder de modder. Een van de tempels had een Boeddhabeeld dat was ingepakt in een oranje doek. Dit vanwege het huidige winterseizoen in Thailand. Er was ook een vrij gave tempel waar in een chedi aan elke zijde 15 Boeddhabeelden geplaatst waren in nissen. Vrouwen mochten niet binnen het muurtje om de chedi komen ! Uiteindelijk voerde Etienne ons via de sloppenwijken van Chiang Mai (die verbazingwekkend dicht bij ons hotel lagen) terug naar het startpunt.

Na het fietsen zijn we nog even het centrum in gelopen om te internetten. Om 16:00 uur gingen we met busjes naar het station van Chiang Mai waar de nachttrein naar Bangkok al op ons stond te wachten. We zaten met z’n allen (en nog wat andere mensen) in een wagon. Twee stoeltjes tegenover elkaar en de koffers kon je in rekken naast de stoelen zetten. Je moest ze wel vastbinden om te voorkomen dat alles eruit zou donderen.
Max was vandaag jarig dus heeft de Singha club hem een fles Johnny Walker whiskey cadeau gegeven. Om 20:00 uur werd iedereen uitgenodigd om op zijn kosten in de restauratiewagon zijn verjaardag te vieren. Ik bleef achter omdat ik me niet lekker voelde. Om 20:15 kwam een medewerker van de trein mijn bedje maken. Van de twee stoelen werd een bed gemaakt met een matrasje erop. Boven de stoelen werd een klep, die nog het meest leek op een bagagebak van een vliegtuig, naar beneden getrokken. Dat werd het bed van Ed. Om 20:15 ging ik dus naar bed. Het duurde even voor ik was gewend aan het ritme van de trein en in slaap viel. Om ongeveer 22:30 werd ik uit mijn slaap gehaald door de feestende meute. Na ongeveer een uur ben ik weer in slaap gesukkeld maar ben vervolgens tot half vier ieder uur wakker geweest. Om 4:45 uur ben ik me gaan aankleden. Om 5:15 werd iedereen gewekt en om ongeveer 6:00 uur waren we in Bangkok, waar de bus op ons stond te wachten om ons naar Koh Chang te brengen. – Lisette

De verjaardag van Max werd flink gevierd. De hele stoet trok naar de restauratiewagon waar ook een kleine spiegelbol hing en stevige technomuziek werd gedraaid. Onder de klanken van de Vengaboys werden de eerste grote flessen Singha opengetrokken. Een aantal dinerende Australiërs sloegen de springende en zingende menigte vol verbazing gade, en het duurde niet lang of de hele wagon sprong en danste mee ondanks de beperkte ruimte. Dat de wagon niet ontspoort is is nog steeds een wonder.

Het licht ging uit en opeens verscheen een verjaardagstaart met kaarsjes die Maxx moest uitblazen. Stukken taart werden rondgedeeld en nog meer drankjes volgden. Het duurde niet lang voor de diverse feestgangers werden bedolven onder rondspuitend bier en ijsblokjes in hun shirts gegooid kregen. Totale chaos, maar wel gezellig. Om half 11 sloot de bar en vetrokken we naar onze eigen wagon. Na wat rumoerige Australische dames te hebben verjaagd (‘Fuck off !’) konden we gaan slapen, om 5 tot 6 uur later wakker te worden met een zware kater. – Ed

7 december: Naar Koh Chang

Vanuit de trein gingen we met de bus verder naar het eiland Koh Chang. De meesten van ‘Djoser junior’ die hadden gefeest zagen er niet zo fris uit en sliepen in de bus verder. Ed had een kater aan het feestje overgehouden. Rond 8:00 uur stopten we voor koffie en ontbijt bij een groot servicecenter nabij Bangkok. We namen in de Starbucks vestiging wat te drinken en een worstenbroodje. Dit laatste was letterlijk een worstenbroodje: een knakworstje gerold in bladerdeeg.
Om 12:30 kwamen we aan bij de veerboot naar Koh Chang. Iedereen was erg blij dat we er bijna waren. Nog een half uurtje met de boot en met minibusjes naar het Klong Phrao Resort. We krijgen een huisje in een rijtje van zes met uitzicht op een binnenmeertje dat in verbinding staat met de zee. Heel erg mooi. De zee ligt op 5 minuten afstand en er is ook een zwembad met bar ! Blauwe zee, wit strand, zwembad, zon, heerlijk ! En dat alles ingesloten door mooie bergen en palmbomen. Het lijkt een plekje dat is ontsnapt uit een Bounty of Fa reclame.
We moesten nog even op de koffers wachten (die met een latere veerboot waren gekomen). Uitpakken en daarna snel naar de zee, die opvallend warm en ondiep bleek te zijn. Lekker liggen bakken in de zon en ook nog wat geslapen. Met ons ‘rijtje’ zijn we gezamelijk wat gaan eten op het strand (NB: OP het strand, niet AAN). Heerlijk briesje in de rug. Wat wil een mens nog meer ? (300 vakantiedagen misschien ?)

8 december: West Koh Chang

Vandaag hebben we geen georganiseerde dag. Ed ging een scooter huren zodat we zelf Koh Chang konden gaan bekijken. De hele Singha club ging mee. Ed ging eerst even proefrijden omdat hij nog nooit echt brommer had gereden. Gelukkig had hij een automaatje gehuurd zodat alles wat makkelijker werkte. Toen ik zag dat het goed ging ben ik achterop gaan zitten. Heel rustig, met 40-60 km/uur reden we over het eiland naar het vissersdorpje Bang Bao. Het was een heel klein straatje met allerlei kraampjes waar o.a. vis en kleding werd verkocht. Aan het einde lagen een paar vissersbootjes. In principe kon je door al die souvenirstalletjes het eigenlijke dorpje niet meer zien. De rest van de groep waren we kwijtgeraakt omdat die het dorpje hard voorbijgereden waren.

Na Bang Bao reden we door naar de Grand Lagoona, zoals de naam al zegt een lagune. Van de laguna was ook maar weinig meer te zien omdat er allemaal hotelkamertjes op palen in stonden en zelfs een groot aangemeerd oud cruiseschip. Bij de ingang van de laguna moesten we entree betalen, de scooter laten staan en op mountainbikes verder. Berg op, dat was behoorlijk puffen. Bij een restaurantje kregen we tegen inlevering van een coupon een drankje en fruit (het overal aanwezige watermeloen en ananas).
Daarna naar Khlong Plu, een grote waterval. De rest van de groep troffen we bij de ingang. Het was een kleine klim maar wel erg mooi. Het grootste deel van de groep had z'n zwemkleding meegenomen voor een duik in het heldere maar koude water van de waterval. We hebben een klein beetje gegeten en erg veel gedronken bij een restaurantje bij de ingang van de waterval. Verder naar het dorpje ten noorden van ons resort waar veel stalletjes te vinden waren. We hebben daar wat geshopt en e-mail gecheckt. We waren lekker bruin geworden op de scooter.

's Avonds hebben we in het restaurant van het resort gegeten met een deel van de 'Djoser senior' en 'Djoser junior' groep. Nu we bijna drie weken bij elkaar zijn en de reis op z'n einde loopt merk je dat men iets meer voor zichzelf gaat doen en het groepsgevoel langzaam begint af te nemen.

9 December: Oost Koh Chang

Ik had vandaag een zon-dag ingelast. Eerst om 8:15 gaan ontbijten en daarna het strand op. We hebben een aantal ligstoelen bij elkaar gezet omdat er meerdere dames zouden komen zonnen. Van 9:00 tot 17:00 hebben we op het strand gelegen. Af en toe een duik in de zee genomen om af te koelen en even geluncht in het restaurant. Terwijl we daar zo lagen te genieten kwamen er Thai langs met allerlei koopwaar. Ed is met Rick gaan touren over het eiland. - Lisette

Ondertussen aan de andere kant van Koh Chang ....
Na gisteren met Lisette de westkust van het eiland verkend te hebben besloten Rick en ik om op de gehuurde scooters (5 euro per dag plus 1 euro brandstof !) de oostkust uit te kammen. Zo'n beetje elke meter asfalt op Koh Chang heeft zich twee maal onder onze scooter voorbij getrokken (er is geen rondweg op het eiland). Al snel werd het enorme contrast tussen de twee zijden van het eiland duidelijk. WEST: tientallen resorts, honderden souvenirstalletjes, veel toeristen, stranden, heuvelachtig landschap met steile wegen en diepe afdalingen, veel verkeer. OOST: slechts een handjevol resorts, geen souvenirs, slechts een enkele verdwaalde toerist, rotsige kust, vlak landschap met nauwelijks verkeer waar op de scooter met gemak 100 km/uur gehaald kon worden. Opeens werd het authentieke Koh Chang zichtbaar en beseften we hoezeer de westkust in de afgelopen 4 jaar al verpest is. Nog een jaar of 5 en Koh Chang is het Lloret de Mar van Thailand, met alle gevolgen van dien. Hier, aan de oostkust, vond je geen vissersdorpjes die niet meer zichtbaar waren door de vele stalletjes of laguna's volgepropt met hotels. Wat we wel zagen was een leuk klein Chinees tempeltje, een tweetal authentieke vissersdorpjes, een arm dorpje waar in typisch Thais contrast een mooie wihan (tempelhal) werd gebouwd, een gloednieuwe weg in aanleg en een prachtige baai in het zuidoosten. Aan een van de zijden van de baai, in Salek Phet, vonden we een leuk restaurantje aan het water. Hier namen we een lekker bord 'fried rice' alvorens te beginnen aan de terugtocht van 40 km, die we in iets meer dan een half uur wisten af te leggen.

Onderweg reed ik op een gegeven moment achter Rick, die op zijn beurt weer achter een Thais stelletje op een scooter reed. Opeens remde het stelletje en schoot Rick er zwabberend voorbij. Ik dacht eerst dat ze een stuk plastic op de weg probeerden te ontwijken, maar toen ik snel dichterbij kwam zag ik dat het een enorme slang was van zeker 2 meter lang die probeerde de weg over te steken. Ik kon 'm niet meer ontwijken en reed er precies midden overheen. Ik ben maar niet stil gaan staan om te kijken of hij het overleefd had. ;-)
Na nog zo'n 10-15 niet al te legale CDtjes te hebben gekocht brachten we de scooters terug en voegden ons bij de zonnende menigte op het resort.

's Avonds gingen we met Tuk, Gert-Jan, Suzanne en Rick eten bij een relatief duur Italiaans restaurant. Na het eten van een soepje werd Tuk, die die dag was wezen duiken, niet lekker en de soep kwam er met dezelfde vaart weer uit. Ook de pizza viel niet goed en toen hij even buiten op de stoep ging zitten viel hij zelfs flauw. Eerst dachten we dat hij een vorm van duikersziekte had maar later bleek het een zonnesteek te zijn. Hij had simpelweg te lang op het dek van de boot in de zon gelegen. We belden Maxx die hem kwam ophalen bij het reaturant.
Zelf bleek ik ondanks het veelvuldig smeren ook flink verbrand te zijn op de scooter. Flink moeten smeren met After Sun en een aantal keren wakker geworden 's nachts. Overigens stormt het enorm over het eiland in de nacht. De afgelopen drie nachten leek het wel of er een wervelwind over het eiland trok. Doordat de huisjes in principe open ramen hebben lijkt het soms wel of de wereld om je heen vergaat. - Ed

10 december: Laatste dag op Koh Chang

Goh wat stormde het vannacht rond het huisje. 's Avonds komt hier de wind opzetten en dat was vannacht heel goed te merken. De stoelen waaide de veranda af. Het waterpeil van het meertje voor het huisje staat gedeeltelijk onder het rijtje huisjes.
Vandaag met José nog wat gaan shoppen in een dorpje verderop. We wilden met de song-teaw gaan, maar na 10 min. wachten besloten we via het strand naar het volgende dorp te lopen. Een wandelingetje van ongeveer 30 minuten. Het was even zoeken waar we nu precies af moesten slaan, maar we hebben het uiteindelijk vrij snel gevonden. José kocht een mooi beeldje voor haar zoon en ik nog een korte sarong. Even wat gedronken en weer terug gewandeld naar ons resort. De rest van de middag op het strand gelegen, wel een beetje in de schaduw.
Ed was bij het resort gebleven. En was ook op het strand gaan liggen. In de schaduw zodat hij niet verder zou verbranden. Bij het douchen bleek echter dat hij wel verbrand was en niet zo'n beetje ook. Hij had zichzelf niet genoeg ingesmeerd. Ai, dat was pijnlijk dus.
's Avonds met de hele groep samen gegeten omdat het de laatste dag op Koh Chang was. Er kwamen nog Thaise danseressen optreden. De bonte avond heeft niet echt plaatsgevonden, iedereen was eigenlijk te vermoeid. Wel werden er een aantal toespraken gehouden door Maxx, Jeff, Jeroen en Rick. Bijna iedereen lag vroeg op bed, we waren allemaal een beetje op.

11 december: Terugreis naar Bangkok

Vandaag was een reisdag, eerst terug naar Bangkok. Een 6 uur durend ritje, met wel een tussenstop voor een plaspauze en een lunchpauze. De meesten lagen in de bus te slapen.
In Bangkok kregen we in het Royal Hotel een aantal kamers om onze bagage te stallen en later even te douchen. We zijn nog even snel naar Khao San Road gelopen en hebben daar nog wat langs de kraampjes en winkeltjes gestruind. Terug in het hotel even opgefrist en om 19:30 vertrokken we naar het vliegveld. Daar hebben we wat gegeten en nog wat rondgelopen. Om 23:55 stapten we in het vliegtuig terug naar Frankfurt. Aan de ene kant is het weer genoeg geweest en aan de andere kant wil ik nog niet weg vanwege de temperatuur. In het vliegtuig heb ik wat kunnen slapen, Ed net als op de heenweg nauwelijks.

12 december: Thuiskomst

De laatste overstap van Frankfurt naar Amsterdam. Het was even een gepuzzel om de juiste gate gevonden te krijgen, maar na wat heen en weer gewandel toch gevonden. Om 7:15 gingen we met een klein vliegtuig terug naar Nederland. Het weer was freezing. Zeker 30 ºC tot 35ºC verschil. Niet normaal meer. Brrrrrrrrrr.
Op tijd waren we op Schiphol. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten op de koffers. Afscheid genomen van iedereen en toen op zoek naar de ouders van Ed. Die ons op kwamen halen.

Dat was de vakantie naar Thailand. Ik heb enorm genoten van de cultuur, het land, zijn gewoontes, de temperatuur, de natuur en de het reisgezelschap. Ik zal hier nog lang van gaan genieten. Ik moet nog alle spullen inplakken in het logboek en de foto's nog gaan bestellen.
Donderdag ga ik weer aan het werk. Tot die tijd kan ik nog wennen aan de temperatuur hier en het andere eten. Eens een keer geen rijst of noodles ;-)


De Groep

We zijn met 20 mensen in totaal. Het is een gezellige en hechte groep. Ook al is het vrijheid, blijheid bij Djoser, meestal doen we alle activiteiten samen. De groep is zeer gemeleerd. De oudste is 49 jaar en de jongste is 23. Ik denk dat de gemiddelde leeftijd van de groep rond de 35 ligt.
Er is wel een soort grens te benoemen. Je hebt Djoser-senior en Djoser-junior. Onder Djoser-junior vallen de 20-ers en een paar 30-ers. Het groepje bestaat uit Jeroen (23), Karen (23), Suzanne (27?), Gert-Jan(29?), Rick (30), Lisette (32), Ed(34) & Tuk (Reindert)(38?). Djoser-senior zijn: Mirjam, Tieneke, Petra, Nicoline, Jeff, Yvonne, Jos, José, Tjalling, Annelies, Tineke en Marianne. 'Djoser Junior' betekent overigens ook Singha, waar 'Djoser Senior' integraal kiest voor lokale Thaise Whiskey. Het leuke blijft dat de twee groepen elkaar altijd weer opzoeken en vooral tijdens de avonden mengelingen van de twee groepen met elkaar optrekken, zeker aan het einde van de reis.

Jeroen en Karen zijn collega's bij een meubelzaak. Suzanne werkt met kinderen met een deukje ;-) in kinderhuis Reek. Gert-Jan is inkoper van veevoer. Suzanne en Gert-Jan wonen samen in Beers nabij Cuijk (NB). Rick werkt bij Nieuw-Vossenveld, een gevangenis in Vught. Hij woont in St. Oedenrode. Tuk komt uit Haaksbergen vandaar de bijnaam Tuk.

De mannen uit Djoser-junior hebben een club opgericht genaamd Singha-club. Ze drinken graag veel Singha, een van de lokale bieren, met z'n allen. Ze hebben ook een strijdlied, een enkeling heeft een Singhahoedje en allemaal hebben ze een Singha t-shirt. Het zijn ook muzikale mannen. Geregeld zijn ze samen aan het zingen en onderweg hebben ze ook instrumenten gekocht om het gezang te begeleiden. Een gitaar, kaen (soort panfluit), een didgeridoo van een kartonnen pijp en een tamboerijn. Ze hebben ook opgetreden voor ons in het Rajthanee hotel. De meiden uit de groep houden zich wat rustiger maar hebben niet minder plezier.

Dan hebben we de club vrijgezelle dames. Tieneke uit Utrecht is doktersassistente. Marianne uit Vlaardingen werkt op een bloedbank. Tineke (Mw. Teeuwen) uit Duiven werkt bij de gezinszorg. Nicoline werkt in St. Petersburg (Rusland) op de ambassade. En ze is kattengek. Mirjam uit Den Haag werkt bij het UWV. Petra uit Diemen is directie secretaresse.

En als laatste hebben we onze drie stellen uit de Djoser Senior groep nog. Jos en José uit Wychen. Jos werkt in de wegenbouw en José bij een woningverhuurder voor studenten in Nijmegen. Jeff en Yvonne uit Amstelveen. Tjalling en Annelies uit Strijen.

Met allen hebben we een goed contact en kunnen we zowel plezier maken als serieuze gesprekken voeren. Het aparte is wel dat niemand uit de groep rookt. Dat blijkt haast wel uniek te noemen. Iedereen kan met elkaar overweg en dat gaat soms ook wel anders in groepen. Aan het einde van de reis gaf reisleider Maxx zelfs toe dat deze groep in zijn persoonlijke Top 3 stond. M.a.w. we hadden geen betere groep voor een eerste reis kunnen treffen.

Staand van links naar rechts: Marianne, Jos, Tjalling, Annelies, Mirjam, José, Karen, Petra, Nicoline, Rick.
Midden van links naar rechts: Tineke (Teeuwen), Lisette, Tineke, Yvonne, Ed, Suzanne, Reindert (Tuk), Jeff, Gert-Jan.
Liggend van links naar rechts: 'Mrs. Maxx', Jeroen.


Nawoord

door Ed Sander

Thailand was een fantastische ervaring, maar ook een 'rollercoaster of emotions' voor mij. In de afgelopen jaren heb ik vrij veel gereisd door Europa, vooral voor mijn werk. Ik ben daardoor al in aanraking gekomen en heb kunnen proeven van andere culturen, waaronder de Belgische, Engelse, Finse, Franse, Spaanse en Noorse. Ik ben altijd gefascineerd geweest door verschillen in culturen en gewoonten die ik tijdens dergelijke reizen ontdekte. Maar de optelsom van al deze ervaringen komt nog niet in de buurt van de overweldigende indrukken van de reis in Thailand. Twee belangrijke aspecten, de Thai en hun gewoonten en het Boeddhisme, heb ik verderop uitvoerig uitgewerkt. Thailand heeft in meerdere aspecten mijn leven en de manier waarop ik tegen het leven aankijk veranderd ....

Thailand was ook de eerste keer dat ik een echte verre reis maakte. In het verleden was dat nooit echt mogelijk geweest dankzij financiële en gezinsomstandigheden. Het maken van een lange rondreis in een ver land is me heel goed bevallen en eigenlijk wil ik niet anders meer. Met name het proeven van de andere cultuur en het verdiepen in de historie en gewoonten van een ander land spreekt mij aan. Voor mij geen lange vakanties luierend op een strand, daar ben ik te onrustig en leergierig voor.

Een onverwachte beproeving tijdens de reis in Thailand was het feit dat Lisette, voor mij volkomen onverwacht, een punt besloot te zetten achter een relatie van twee jaar. En dat terwijl we twee weken eerder nog hadden gesproken over samenwonen. De laatste week is daardoor een 'tikkeltje' minder leuk geweest dan hij had kunnen zijn. Ik heb geprobeerd mijn vakantie hier niet door te laten verpesten maar de stemming was desalniettemin een stukje grimmiger. Waarschijnlijk is mijn interesse in Boeddhisme ook gestimuleerd door deze gebeurtenis. De Boeddha zei immers dat het leven een aaneenschakeling is van lijden (Dukkha) dat je niet in de hand hebt. Gezien het feit dat de afgelopen jaren al heel wat Dukkha hebben gebracht zoek ik waarschijnlijk naar een antwoord in het Boeddhisme om daarmee om te leren gaan ...

Terug in Nederland openbaarde een ander minder leuk aspect van een verre reis zich: jetlag. Op de heenweg had ik daar nauwelijks last van gehad. We gingen toen ook vooruit in de tijd en de beperkte nachtrust in het vliegtuig werd gecompenseerd door een relatief korte dag in Bangkok. Het was immers al 3 uur toen we aankwamen. Terugkeren naar Nederland was een heel ander verhaal. Vertrek om middernacht in Bangkok, 14 uur vliegen en vervolgens om half 9 's morgens arriveren in Amsterdam en dan nog een volledige dag voor de boeg hebben. Ik had in het vliegtuig nauwelijks geslapen en in de middag trok ik het niet meer en moest ik echt even een paar uur plat. 's Avonds ben ik rond middernacht naar bed gegaan en de eerste nacht waren er nog weinig problemen. Die begonnen pas de volgende dag. Ik had alsnog een maandagochtend vrij genomen om bij te slapen, maar om 10 uur stond ik toch al naast m'n bed. 's Avonds om 6 uur had ik helemaal geen honger en sloeg dus een maaltijd over. Die nacht kwam ik niet in slaap en toen het me uiteindelijk na 01:00 uur is gelukt om in te slapen was ik drie uur later, midden in de nacht, alweer wakker. Hoewel inslapen de dagen daarna een stuk makkelijker ging bleven de dagen erg zwaar. Aan het eind van de middag was ik vaak helemaal op en het was ook lastig om het eetpatroon weer op te pakken. Dit alles heeft zeker een week geduurd.

Een ander probleem ontstond aan het einde van de eerste week na terugkomst. Kleine jeukende rode bultjes op mijn voeten en onderbenen. 'Gelukkig' bleek ik niet de enige te zijn. Uit e-mail contact bleek dat bijna iedereen van het reisgezelschap er last van heeft. Na wat speurwerk op internet blijken het beten van zandvlooien te zijn. Die hebben we ongetwijfeld opgelopen op Koh Chang. De reden dat de jeuk pas een paar dagen later komt is minder smakelijk: zandvlooien leggen schijnbaar eitjes onder de huid nadat ze je gestoken hebben. Je kunt daardoor dagenlang jeuk en uitslag houden.
Ook ben ik enorm verbrand op Koh Chang. Dat heeft nog dagen gebrand en 4 dagen na thuiskomst ben ik enorm gaan vervellen. De slang waar ik op Koh Chang overheen ben gereden is er niets bij. Naast de jetleg, zandvlooien, het verbranden en de onvermijdelijke aanvallen van diarree zijn er gelukkig geen grote fysieke problemen geweest tijdens of na de reis.

Terwijl ik op tweede kerstdag de laatste hand leg aan deze website brengt het nieuws het afschuwelijke bericht dat Azië is getroffen door de ergste aardbeving en vloedgolven in de laatste 40 jaar. Ook het zuiden van Thailand, met name het eiland Phuket, is getroffen en honderden Thai en toeristen zijn gedood. Opeens lijkt de Ver Van Mijn Bed Show angstwekkend dichtbij ...


De Thai

door Ed Sander

Deze reis naar Thailand was mijn eerste echte verre en lange reis. Voor ik vertrok waarschuwden vrienden en collega's mij al dat mij een cultuurschok te wachten stond. Nou is cultuurschok niet het juiste woord, want ik ben nooit echt 'geschokt' geweest. Wel ben ik van de ene in de andere verbazing gevallen tijdens de reis door Thailand en mijn eerste kennismaking met de Thai. Verbazing over hun gewoonten, attitudes maar ook door de alomaanwezige tegenstrijdigheden. Hieronder volgt een kleine opsomming van de meest belangrijke 'openbaringen'.

Een van de redenen dat Thailand, in tegenstelling tot omringende landen, zo'n typisch eigen karakter heeft is gelegen in het feit dat Thailand nooit een kolonie van een westers land is geweest. In plaats daarvan sloot het welvarende Thailand (destijds Siam) in de 16e en 17e eeuw handelsverdragen met de westerlingen. Er zijn dus nauwlijks westerse invloeden doorgedrongen (opgedrongen ?) in Thailand en ook het wijd verspreide Christendom heeft nauwelijks voeten aan de grond gekregen.

Thailand staat bekend als 'het land van de glimlach'. Inderdaad, de gemiddelde Thai is erg vriendelijk en hartelijk maar ik heb ook gemerkt dat het in reisbrochures wel een tikkeltje overdreven wordt. In grote steden als Bangkok en Chiang Mai merk je bijvoorbeeld dat de vriendschappelijke glimlach al snel verdwijnt als men in de gaten krijgt dat ze niks aan je kunnen verdienen of als je te veel probeert af te dingen. Ook zijn we in Chiang Mai geconfronteerd met het meest chagerijnige hotelpersoneel dat ik ooit ben tegengekomen.
Desalniettemin is de gemiddelde Thai inderdaad vriendelijker en behulpzamer dan wij 'westerlingen' gewend zijn. Nog belangrijker is het feit dat een Thai in het openbaar niet snel boos of opgewonden zal worden. Ze mijden conflicten, hoewel dit niet betekent dat ze nergens te bespeuren zijn (in Kohn Kaen zagen we b.v. hoe een meisje kwaad de scooter van haar vriend omduwde). Thai komen erg vredelievend over. Het beste voorbeeld dat ik tegengekomen ben waren de papieren vredesduifjes die in Bangkok op straat gevouwen werden. Niet minder dan 100 miljoen van deze origami vogeltjes werden tijdens de verjaardag van koning Bhumibol uitgestrooid over het zuidelijkste puntje van Thailand, waar Moslims recentelijk onrust hadden veroorzaakt. Bizar ? Misschien. Bewonderenswaardig ? Zeker. Elk ander land had waarschijnlijk voor een andere aanpak gekozen. Misschien zou de rest van de wereld wat meer als de Thai moeten zijn. Slechts uren na de 'peace bombing' vielen de eerste nieuwe slachtoffers door echte bommen van de moslims ...

Een ander voorbeeld speelde zich af in een klein dorpje waar we traditionele zijdeproductie gingen bekijken. De 'vrouw des huizes' liep na ons bezoek hand in hand met onze gids Anne terug naar de bus. Alsof ze elkaar al jaren kende. Alsof het moeder en dochter waren. Ze hadden elkaar echter nog nooit eerder gezien ...
Thai streven bovendien naar wat ze noemen 'sanuk', oftewel 'plezierigheid'. Hieronder vallen lekker eten en samenzijn met vrienden. Misschien is sanuk wel een concept dat het dichtste in de buurt komt van het nederlandse concept 'gezelligheid'.

Ongeacht deze opmerkelijke genegenheid zien we twee Thaise geliefden zelden hun gevoelens uiten in het openbaar. Het is 'not done' om een Thaise vrouw in het openbaar aan te raken en elkaars hand vasthouden of zoenen in het openbaar is uit den boze. Toch heb ik Thaise vrouwen dit heel expliciet zien doen. Triest genoeg waren ze dan meestal vergezeld van middeljarige Duitsers, wat geen twijfel mogelijk laat over de bron van inkomsten van deze dames.

Nu we het er toch over hebben, wat mij betreft is de overal aanwezige prostitutie in diverse vormen een smet op het Thaise volk. Nog voor ik een stap in Thailand had gezet was ik al vele malen geconfronteerd met de stereotypen over Thaise vakanties. Doodzonde. Het geeft een prachtig land en prachtig volk een bijzonder slechte naam. Naast de eerder genoemde dames die Duitsers begeleiden, een aantal opdringerige dames in Bangkok's Patpong en twijfelachtige aanbiedingen van werkneemsters van 'Relax Massage' in Chiang Mai is een verdere confrontatie met deze schaduwzijde van Thailand mij gelukkig bespaart gebleven. Het blijft desalniettemin jammer dat de bevolking dit sextourisme enerzijds moreel afkeurt maar toch blijft gedogen.

Een ander opmerkelijke tegenstelling tot het schijnbaar vredelievende karakter van de Thai is hun fascinatie met geweld. Of het populaire Thaise kickboxen hieronder geschaard dient te worden valt te betwisten, maar een soap op TV die om 12 uur 's middags wordt uitgezonden heeft meer weg van een horrorfilm waarin elke 10 minuten iemand vermoord wordt. Ook de kranten staan vol met bloederige foto's die voor de gemiddelde westerse krant 'too much' zouden zijn.

De gemiddelde Thai heeft geen cent te makken. De huizen die je buiten de stad tegenkomt zijn soms dan ook niet veel meer dan wat aan elkaar getimmerd hout met wat stromatjes erin. Vreemd genoeg weet een dergelijke samenleving toch voldoende geld apart te zetten om de bouw van prachtige tempels te financiëren. Stel je voor, een prachtige tempel met schitterend pleisterwerk, bladgoud en gekleurd glas te midden van een straatarm dorpje. En als ze dan geld doneren moet iedereen dat natuurlijk wel weten. De omvang van de donaties wordt dan ook via grote luidsprekers omgeroepen in het dorp.
Ja, de meeste Thai hebben het niet breed. Maar als ze dan wel wat hebben mag iedereen dat weten. Merkwaardig eigenlijk want het Boeddhisme, dat door ruim 90% van de bevolking bedreven wordt, wijst materialistisch streven namelijk af. Maar natuurlijk is de Thaise religie geen 100% Boedhisme. Het is in principe een cocktail van, laten we zeggen, 60% Theravada Boeddhisme, 10% Hinduïsme (het vereren diverse goden waaronder Vishnu of de godin van rivieren die met Loy Krathong vereerd wordt), astrologie en geestenverering. Astrologie is o.a. terug te vinden in het eerder beschreven 'stokjesschudden', terwijl geestenverering duidelijk aanwezig is in de vorm van de geestenhuisjes en het geloof dat geesten van voorouders in de binnenste kamers van woonhuizen verblijven.

Opmerkelijk is ook de overdaad aan Boeddhabeelden. Dit is een invloed van de Mahayana stroming van Boeddhisme. Ik blijf me verbazen dat één Boeddhabeeld in een tempel nooit voldoende is. Elke hoek, nis en open stukje muur lijkt opgevuld te moeten worden met een Boeddhabeeld ! En dan vaak ook nog gekleed in een geel gewaad tegen de kou van de winter.

De Thaise manier van begroeten, de karakteristieke wai met opeengedrukte handen, geeft al voldoende stof voor fascinatie. Monniken staan als hoogste in de samenleving, en beantwoorden een wai daarom niet. Ondergeschikte personen (kinderen, werknemers, bedienden) geven als eerste een wai, welke door de superieur beantwoord wordt met een lagere wai. Jawel, des te hoger de handen des te meer respect de 'wai-er' heeft voor de ander. Tot mijn persoonlijk ongemak worden buitenlanders over het algemeen gezien als superieur waardoor wij nooit als eerste geacht werden te 'wai-en' en enkel een wai mochten beantwoorden met een lagere wai.

Andere opmerkelijkheden zijn de regels betreffende voeten en hoofden. Tijdens de vakantie draaide ik vaak Head over Heels van Tears for Fears op mijn MP3 speler, wat een bijzonder toepasselijke muziekkeuze leek te zijn. Het hoofd wordt namelijk door de Thai als het meest edele deel van hun lichaam gezien en het aanraken van andermans hoofd is uit den boze. De voeten daarintegen zijn het meest onreine deel van het lichaam en over iemand heenstappen, voeten op tafel leggen, wijzen met de voeten, etc behoren ook tot de catergorie van 'not done'.

Thai zijn erg gehecht aan hierarchie. De sangha (orde van monnniken) staat helemaal bovenaan, gevolgd door het koningshuis. Spotten met een van beiden is zeer onverstandig. En dat betreft ook alle afbeeldingen van het koningshuis. Onze reisleider was ooit met zijn voet (!) op een bankbiljet met het portret van Bhumibol gaan staan, waarna hij een halve dag op het politiebureau heeft doorgebracht.
Er zijn ongeveer 300.000 monniken in Thailand, deels tijdelijke monniken, deels 'permanent'. Jongemannen worden geacht ooit een keer monnik geweest te zijn voor ze volwassen worden. Zo niet dan worden ze beschouwd als 'incompleet'. Monniken worden gezien als de spirituele leiders van het volk en leiden allerlei rituelen, waaronder inzegeningen van huizen en crematies. De meeste monniken worden dan ook 'gesponsord' door één of meer families die hen 's morgens voorzien van voedsel tijdens hun aalmoesronden.

Een ander belangrijk aspect van Thailand is het eten. Vaak pittig en bijna altijd een combinatie van rijst, plakrijst of noedels met kip of varkensvlees en pittige kruiden. De diverse fruitsoorten worden bovendien vaak omgetoverd tot prachtige snijwerkjes. Thai eten 5-6 keer per dag kleine porties en veelal op straat. Omdat het eten op straat bij een van de vele, vaak verplaatsbare, eetstalletjes zo goed is nemen de meeste Thai niet de moeite om thuis zelf te koken. Voor ons westerlingen is het eten helemaal goedkoop. Voor 200 Batht (4 euro) kun je in principe met 2 personen goed eten en drinken.

Al met al diverse verbazingwekkende ervaringen. Toch heb ik het idee nog maar het topje van de ijsberg gezien te hebben. De kans is daarom groot dat ik ooit nog eens terug zal kregen voor een blik onder het wateroppervlak.


Het Boeddhisme

door Ed Sander

Ik ben altijd extreem anti-religieus geweest. Ik heb persoonlijk geen geloof, ben nooit gedoopt en kom enkel (met tegenzin) in de kerk als er een uitvaart of huwelijk plaatsvindt. Ik heb nooit geloofd in welke vorm van goden dan ook die van bovenaf ons leven bepalen en beïnvloeden en evenmin in enige vorm van 'hiernamaals'. Ik geloof niet in een scheppingstheorie maar in de bewezen theorie van evolutie. Verder verafschuw en verwerp ik de drang van religie om andere mensen te bekeren of zich superieur te voelen en te stellen boven anderen. Wat dat betreft ben ik van mening dat het Christendom in de afgelopen eeuwen een hoop ellende heeft veroorzaakt en dat de Islam momenteel eenzelfde kant op gaat. Verder ben ik erg cynisch over het bestaan van wonderen en geesten. Ik geloof in het kunnen van de mens en in de noodzaak om fatsoenlijk met ekaar om te gaan. Uit nieuwsgierigheid vulde ik een tijdje geleden de reli-wijzer op de website van de NCRV in. De uitkomst was dat mijn keuzes het meeste leken op die van een Humanist of een Boeddhist ....

De afgelopen maanden ben ik om de een of andere reden echter meer na gaan denken over de leven en de mensheid. Tijdens een korte vakantie had ik nog een diepgaand gesprek met Lisette waarbij we van mening verschilden over de ware aard van de mensheid. Gezien de stroom van berichten over het wangedrag van de mensheid op het dagelijkse nieuws, maar ook het gebrek aan integriteit dat ik in het dagelijks leven en werk om mij heen zie was ik van mening dat de mens per definitie slecht is. Naar mijn mening moet de mens grote moeite doen om een 'goed leven' te leiden en zich niet in te laten met allerlei vormen van gedrag waarmee ze anderen kwaad doen of zich boven anderen stellen. Lisette was van mening dat de mens per definitie goed was en slechts een klein deel zich laat verleiden tot wandaden. Duidelijk was dat ik behoorlijk gedesillusioneeerd was door de manier waarop mensen met elkaar omgaan. En je hoeft de krant maar open te slaan of de TV maar aan te zetten voor een veelheid aan voorbeelden: terrorisme, zinloos geweld, moord, plunderingen, fraude, etc.

En toen kwam Thailand ....

Het duurde niet lang om te begrijpen dat er iets was dat de Thai een bijzonder vredelievend karakter gaf en een daadwerkelijke drang om een 'goed leven' te leiden. Hun hang aan het Boeddhisme, de manier waarop het dagelijks leven doordrongen was van Boeddhisme en het vouwen van de vredesvogeltjes in Bangkok spoorden mijn nieuwsgierigheid aan. Gefascineerd luisterde ik naar de verhalen van Anne die ze vertelde in tempels en toen we uiteindelijk in Chiang Mai een boekwinkel bezochten om een kaart van de stad te kopen viel mijn oog op het allerlaatste exemplaar van The Good Life, een klein handzaam boekje geschreven door ene Gerald Roscoe. Het boekje was een introductie in Boeddhisme voor westerlingen. En het was een fascinerende openbaring. Enkele dagen later kocht ik ook de andere twee boekjes uit dezelfde reeks over het leven van Boeddhistische monniken en het leven van de Boeddha zelf.

In zijn boekje beschrijft Roscoe dat veel westerlingen, als ze voor het eerst in aanraking komen met de Boeddhistische leer, beseffen dat ze eigenlijk al jaren Boeddhist zijn zonder het te weten. Boeddhisme is namelijk geen religie maar een filosofie, een levenswijze. Zo is het theoretisch mogelijk een Boeddhistische Atheïst te zijn. Ook ik kreeg dat gevoel bij het lezen van het boekje en ik was zelfs van plan om Pra Santi, een westerse monnik die in Chiang Mai zou wonen en beschreven wordt in Roscoe's boekje, te bezoeken om meer van hem te leren. Aangezien het boekje in 1992 was gepubliceerd besloot ik eerst op Internet te zoeken of de beste man nog leefde en zo ja, of hij nog in Chiang Mai woonde. Na enig speurwerk ontdekte ik tot mijn teleurstelling dat hij was verhuisd naar Australië. Voorlopig zou ik het dus moeten doen met Roscoe's boekjes.

Er is veel te vertellen over Boeddhisme, maar ik beperk me hier tot een korte, gesimplificeerde samenvatting.

In de 6e eeuw voor Christus leefde in India een prins genaamd Siddhartha Guatama. Hij werd door zijn vader, de koning, zoveel mogelijk afgeschermd van het leven buiten het paleis. Toen Siddhartha tijdens een bezoek aan de 'buitenwereld' echter uiteindelijk in aanraking kwam met zaken als ouderdom, ziekte en dood besefte hij de zinloosheid van zijn luxe leven. Na het zien van een geestelijke die rondzworf in lompen maar vervuld was van innerlijke rijkdom besloot Siddhartha zijn rijkdom op te geven en zelf ook op zoek te gaan naar spirituele verlichting. Na vele onzwervingen en na geen voldoening te hebben gevonden in bestaande filosofieën stierf hij bijna door zijn extreme mate van vasten. Toen een meisje hem rijst gaf en hij weer op sterkte kwam besefte hij dat de middenweg tussen overvloed en ontbering de juiste was. Na lange meditatie kwam hij tot inzicht en bereikte hij verlichting. Hij werd daarmee de Boeddha en wijdde de rest van zijn leven aan het leren van zijn denkbeelden, de Dharma, aan anderen.

Boeddha en zijn volgelingen ontwikkelde een leer en serie praktische richtlijnen voor een goed leven (Dharma), en een uitvoerige serie richtlijnen (Patomokkha) voor hen die verlichting wilden bereiken (monniken).
Allereerst geeft Boeddha een viertal 'Edele Waarheden'.

Kort samengevat bestaat het Achtvoudige Edele Pad uit acht leefregels in drie groepen:

Ethisch Gedrag:

Mentale Discipline:

Inzicht en Wijsheid:

De Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Edele Pad vertalen zich vervolgens naar een groot aantal adviesen en praktische leefregels van de Boeddha.

Wat spreekt mij aan in het Boeddhisme ? Eigenlijk alles wat mij tegenstaat in andere religies. Er zijn in principe geen goden in het Boeddhisme. Boeddha is een persoon die daadwerkelijk heeft bestaan. Boeddhisme streeft niet na mensen te bekeren. Integendeel, de Boeddha zei zelfs dat men andere religies moet respecteren. Het snelle verspreiden van het Boeddhisme tijdens zijn leven is dan ook meer het gevolg van fascinatie van zijn leerlingen dan het opdringen van zijn denkbeelden. Boeddhisme erkent ook het bestaan van pijn, lijden en tegenslagen maar koppelt dit niet aan de wil van een hoger wezen. Boeddhisme stimuleert een goed leven en het 'opbouwen' van goede karma. Als je als Boeddhist de leefregels overtreedt kun je dat niet simpel afkopen door te biechten bij een geestelijk leider. Je moet weer in balans komen door goede dingen te doen. Het is eigenlijk een kwestie van 'wie goed doet, goed ontmoet'. Boeddhisme stimuleert verder ethisch gedrag, respect voor elkaar, wijst hebzucht en materialisme af en leert de mensen tegenslagen in het leven te accepteren. Dat doen andere religies tot op zekere hoogte ook. Maar Boeddhisme predikt niet, het adviseert. In tegenstelling tot de geboden van andere relegies die zeggen 'gij zult' geven de leefregels van Boeddha het advies 'probeer om'.

Nu is het niet zo dat mijn fascinatie (en acceptatie ?) van de Boeddhistische leer ook betekent dat ik op één lijn zit met de manier waarop Thai Boeddhisme bedrijven. Positief vind ik de manier waarop Boeddhistische leefregels zijn ingebakken in het dagelijks leven van de Thai. De Thai 'leven' het Boeddhisme, daar waar het grootste deel van de Christenen hun religie enkel bedrijven met Kerstmis. Positief vind ik ook de manier waarop Thai proberen 'goede Karma' op te bouwen. De manier waarop hangt misschien sterk aan tegen bijgeloof maar het streven naar goede Karma is in ieder geval bewonderingswaardig.
Andere manieren waarop de Thai, en ongetwijfeld andere volkeren, hun Boeddhisme bedrijven spreken me minder aan. De diverse wats (tempels) zijn prachtig, maar ik vind het moeilijk te begrijpen dat een gemeenschap haar geld liever in tempels steekt dan in het bestrijden van armoede, ziekte, etc. Dukkha dus. Okay, Boeddha zei dat je moet proberen om materialistische hunkeringen te negeren en dat streven naar excessieve persoonlijke rijkdom verwerpelijk is, maar hij zegt volgens mij nergens dat iemand zijn volledige inkomen moet spenderen aan Boeddhistische bouwsels en rituelen.

Ook de overdaad aan Boeddhabeelden in tempels is wat mij betreft erg 'overdone'. Zou één beeld per gebouw niet voldoende zijn ? Daarnaast kan ik mij ook niet vinden in de daadwerkelijke verering van die beelden. Een Boeddhabeeld is voor mij persoonlijk meer een symbool en een aandenken aan een bijzonder wijze man. Ik betwijfel of de Boeddha de daadwerkelijke verering van beelden in zijn gelijkenis zou hebben goedgekeurd.

Tenslotte is de Thaise vorm van Boeddhisme sterk vermengd met het vereren van geesten (denk aan de geestenhuisjes), goden (denk aan de godin van Loy Krathong) en astrologie (denk aan het toekomstvoorspellen met stokjes en balletjes). Dit zijn allemaal concepten die weinig tot niets te maken hebben met het daadwerkelijke Boeddhisme. Fascinerend, zonder twijfel, maar niet iets waar ik persoonlijk achter sta.

Wat betekent dit alles voor mij en ben ik nu Boeddist ? Geen idee. Het Boeddhabeeldje dat ik in Chiang Mai heb gekocht heeft een prominente plaats in mijn huiskamer gekregen, omringd door kaarsen. Niet uit verering voor het beeld zelf maar uit respect voor datgene wat Boeddha heeft gezegd. Ik heb inmiddels enkele boeken over Boeddhisme aangeschaft en ben van plan om mij de komende tijd verder te verdiepen in de materie om te leren wat het nu allemaal betekent in het dagelijks leven. Ja, zelfs de gedachte om ooit een keer tijdens het Thaise regenseizoen 3 maanden door te brengen als Boeddhistische monnik om daadwerkelijk aan den lijve te ondervinden wat het allemaal betekent is bij me opgekomen. Geloof ik in reïncarnatie en nirvana ? Ik weet het niet. Geloof ik in de wet van goede en slechte karma ? Geen idee. Waar dit heen gaat ? De tijd zal het leren ....